archief
evameijer.nl

 

 

29 juni

Van lang geleden 

Still uit een video die ik maakte met Christie Stone (2003).

 

 

29 juni

Reserveren

De hondendiners gaan vanavond van start, er zijn een hoop nieuwe data toegevoegd, je kunt hier reserveren. 

 

 

28 juni

Liedje

Voor wie het eerder miste, hier is nog eens Olli's liedje (als krakerige demo)

 

 

27 juni

Motmugje 

 

 

26 juni

De hondendiners staan in de krant

Dat wil zeggen, er staat een vrolijk verslag door Marsha Bruinen op de website van de Volkskrant, ik weet niet wanneer het in de papieren krant komt. Hier. (En het doel is ook gewoon om de honden een leuke avond te bezorgen - 'doel' maakt het iets instrumenteels terwijl dat niet zo bedoeld is.)

 

 

25 juni

Keulen, rozen 

Dat je uit alle mogelijkheden daar terecht bent gekomen, dat dat het is geworden. 

 

 

24 juni

Op onze tak

We zitten op onze tak en kijken naar beneden. Daar is alles wat we niet zijn, plus wat de boom niet is en de lucht. Mieren, mensen, plastic, gras. Er zijn veel meer soorten gras dan je je kunt voorstellen maar daar hoor je niemand over. Het is ochtend, de kou heeft druppels op het gras gelegd en ook op deze tak. Ik heb mijn veren opgezet net als jij, nu raken ze de jouwe en we voelen het allebei en zeggen er niets over. Het is een fijn gevoel. We hebben het te danken aan het toeval, hetzelfde toeval dat ervoor heeft gezorgd dat er in de afgelopen periode allerlei wezens dood zijn gegaan, hetzelfde toeval dat ervoor zal zorgen dat er nog veel meer wezens dood zullen gaan, waaronder wij, maar nu zitten we hier nog even, het wordt al warmer, maar jij houdt je veren nog zo en dus doe ik dat ook. 

 

 

23 juni

Kenmerkende objecten uit Hotel Allegro 

de sleutel 

een van de afstandsbedieningen 

een twee-in-eenlamp

 

 

23 juni

De meersoortige kunstruimte 

Ik was in Keulen op uitnodiging van Ute Hörner, die met verschillende papegaaien (momenteel Clara, Giselle en Caspar) en mens Mathias Antlfinger een kunstcollectief heeft (zie hier). Aan de Kunsthochschule für Medien Köln geven ze jaarlijks een vak 'Multi-species studio' en ze vroegen of ik wat wilde vertellen over dieren als kunstenaars (daar heb ik laatst een stuk over geschreven). Het was ontzettend heet in Keulen, maar zinnig om met de studenten te praten en Ute te ontmoeten. Na afloop aten we Thais en toen ging ik naar Hotel Allegro, een ouderwets hotel, in een kamer met een tv-gids, een Lion-reep naast de waterkoker, en een groot arsenaal aan afstandbedieningen.

 

 

23 juni

De melancholie van ontbijtzalen 

Het komt niet door hoe de broodjes opgestapeld zijn of de borden met buffettangen, de groene servetten of de kleine nepcactusjes op de vensterbank, de andere gasten, het blaadje basilicum op de tomaten, de schijfjes ananas, de zilveren verwarmde schalen, de zeven soorten jam, de diepe borden met een overdreven brede rand, of het uitzicht met de auto’s, het is de muziek, zoals altijd, vandaag Cyndi Lauper en Bob Dylan – meestal zijn het hits uit de jaren negentig –, waaraan niet te ontsnappen is, in de supermarkt kun je tenminste nog snel doorlopen. Het is niet de ergste melancholie, die van de ontbijtzaal in het hotel, een plek waar het leven voorbij glijdt, maar wel een die zich uitstrekt over alle ontbijtzalen in alle hotels ter wereld.  

 

 

22 juni

Je noemt het een gesprek

Op neerlandistiek.nl is een van de gedichten uit Het witste woord te lezen (het is interessant dat verschillende mensen verschillende gedichten uitzoeken). Hier.   

 

 

21 juni

Twee leuke dingen

Gisteren zag ik twee leuke dingen. Het eerste was een duif die op een waterlelieblad landde en uit de vijver dronk – dat zag ik nooit eerder een duif doen. Het tweede was een zwaan met zes pullen en een eend in haar kielzog. De eend hoorde duidelijk bij de zwanen, in elk geval voor the time being, en of er meer tijd is weet toch niemand.  

 

 

20 juni

Onder de ruis ligt de stilte

In de zomermaanden is er geen ruimte in de krant voor mijn column - vanaf september weer - dus ik besloot die van vandaag over stilte te schrijven. Hier.  

 

 

19 juni

Schoen 3

 

 

18 juni

Grasmaaien

De mensen uit het dorp houden van grasmaaien. Een van de buren aan de achterkant maait elke avond. Zijn gras is kort en geel. Behalve het gras staat er een kerstboom in zijn tuin en twee bosjes gele lissen, daar maait hij voorzichtig omheen. Gele lissen en hortensia's, dat zijn de planten die het hier in het dorp goed doen. De hortensia's worden door mensen aangeplant, gele lissen planten zichzelf (ik heb ze ook, vooral achterin de tuin, waar het lager en natter is). Het gras van de andere buren is overigens ook overwegend kort en geel. Mijn gras is lang en groen, ik maai niet omdat het in de winter vanzelf weer kort wordt (praktisch argument), omdat het gras fantastisch mooi is, er zijn ook heel veel soorten gras (esthetisch argument), en omdat er talloze diertjes in wonen (ethisch argument). Toen ik hier net kwam wonen kreeg ik van aardige buren een grasmaaier, misschien is dat een manier waarop ze elkaar hier welkom heten in de gemeenschap. Die staat in de schuur, ik moet hem teruggeven. Af en toe bellen er buren aan om te vragen of ik hun grasmaaier wil, ze hebben dan hebben zelf een nieuwe gekocht. Het is allemaal vriendelijk bedoeld. Misschien moet ik een bond oprichten, de Bond tegen het Grasmaaien, maar ik heb al zoveel te doen.

 

 

17 juni

Nog een eenzame schoen 

 

 

16 juni

Aan de andere kant van de liefde ligt de tijd. 

 

 

15 juni

Portrait in trees

Ik vertaalde het beeldessay Portret in bomen in het Engels, dat is hier te vinden, voor al je niet-Nederlands-sprekende vrienden.

 

 

14 juni

Sad shoe 

 

 

13 juni

Blijven is een antwoord geven 

Ik maakte een filmpje bij een van de gedichten. Met dank aan de boom aan de Amstel die zich geduldig door de jaargetijden heen door mij liet fotograferen. 

 

 

12 juni

Over het woord klimaatroman

Ik heb een hekel aan het woord klimaatroman, omdat het een lelijk woord is, maar ook omdat het zichzelf tegenspreekt. Het doet namelijk vermoeden dat de schrijver een bepaalde positie wil uitdragen, terwijl dat haaks staat op waar een roman toe dient, tenminste in mijn werk. Ik heb een taakverdeling tussen genres, waarbij het academische werk en de columns weliswaar zoekend-kritisch is/zijn, maar evengoed normatief. Terwijl een roman de ambiguïteit en moeilijkheid van het bestaan en dus ook die normativiteit laat zien. In wezen kan dat bestaan in het woord klimaatroman, maar zo wordt het niet gebruikt, het wordt gebruikt als iets normatiefs. (Ook vind ik de nadruk op de vrij abstracte notie 'klimaat' heel problematisch in een tijd waarin er zoveel menselijke en niet-menselijke werelden vergaan door verschillende soorten geweld.)   

 

 

11 juni

De ruis 

In Nijmegen sprak ik over de ruis. Ik werd geïnterviewd op het Nimma aan Zee festival, dat zich specifiek richt op het verband tussen verbeelding in kunst en wetenschap en de klimaatcrisis. Dus ik las voor uit Zee Nu en Vuurduin, en we spraken over dierentalen en toekomstbestendige democratie. Aan het eind van de avond vroeg iemand naar de rol van technologie in het aanleren van een nieuwe houding als mens, en dat deed me denken aan de ruis. Veel van onze gedachten worden verstoord door schermen. In de trein kijken mensen op hun telefoon, niet naar het lanschap, dat beïnvloedt je begrip van waar je bent (mensen kleden zich ook op het weerbericht, niet op het weer). Email kaapt onze tijd ook. Internet is heel waardevol maar daarnaast moet er ruimte zijn om te denken en te voelen. Je kunt pas iets nieuws bedenken in de leegte. Tijd kan onprettig zijn, maar ook dat is belangrijk. De eerste stap in het negeren van de ruis is het opmerken van de ruis, dus vandaar dat ik jullie erover schrijf.   

 

 

10 juni

Nieuw boek 

Mijn hart zit erin en ik hoop dat de gedichten ook met jullie mee zullen gaan lopen.

 

 

10 juni

Het universum in het universum 

Gisteren ging ik op Poetry International in gesprek met Signe Gjessing. Haar laatste bundel is een poëtisch antwoord op Wittgensteins Tractatus, of misschien is het meer een bouwwerk zoals de Tractatus dat iets anders wil afbakenen. Ik ben het wel met haar eens dat de Tractatus een staketsel is dat los in de ruimte zweeft, maar daarom is het ook dubbelop om erop te antwoorden. Maar misschien is het geen antwoord en gewoon iets nieuws. Het was een leuk gesprek en hoewel ik er vanwege de long covid tegenop zag was het ook goed om weer eens een nieuwe wereld te betreden. Het was wel jammer dat we elkaars werk niet goed kenden, maar wie weet verandert dat nog eens.

 

 

9 juni

Nog een keer zelf 

 

 

8 juni

Zelf

 

 

7 juni

Gerritmeijerfoto 

Voor wie er op insta zit: daar deel ik dagelijks een foto van mijn vader. Hier

 

 

6 juni

De wraak van de dieren

De column van vandaag gaat over de wraak van de dieren, met dank aan Witte Gladis en Olga Tokarczuk. En Iris Dagpauwoog, uit mijn roman Dagpauwoog, die ook staat te roepen in de woestijn. Hier.  

 

 

5 juni

Cactus 

 

 

4 juni

Over zichzelf

De mannen hier praten graag over zichzelf. Misschien wordt het ze niet aangeleerd maar het wordt ze ook niet afgeleerd. Afleren moet je voor een groot deel zelf doen: waar heeft het leven je mee opgezadeld, hoe moet je dat weer ombuigen. Praten is een brug naar de ander slaan. Kleine mannetjes lopen over die brug, het lijkt wel een leger. De ander, in dit geval ik, heeft er niet om gevraagd. Ik laat de mannetjes mijn mond niet inlopen dus ze gaan mijn gezicht over, mijn oren in en dan mijn neusgaten, het zijn er zoveel, ze proberen nu mijn ogen. Ik veeg ze weg, ze blijven komen, het is steeds dezelfde man maar dan in het klein, tot ik de brug kapotsla en ze verdampen. Ik kan eindelijk weer ademhalen, de man komt opnieuw aan met zijn brug, ik kan hem nu goed zien, terwijl ik me omdraai probeert hij die brug in mijn rug te slaan, maar op mijn rug ketst alles af. Ik kijk de kamer rond, overal staan mannen die mijn ogen proberen te vangen met hun blik. Pas buiten haal ik weer adem. De bomen knikken me toe zoals je een oude kennis toeknikt die je weinig te zeggen hebt, een wolk maakt een salto. 

 

 

1 juni

Pompoen 

In de supermarkt moet ik (elke keer) huilen bij de pompoen omdat dat Olli's lievelingseten was. Ik doe netjes mijn best in mijn leven, ik geef antwoord op wat ze vragen - ze vragen me oneindig veel - maar het gaat om die pompoen, verder interesseert het me nauwelijks, ik doe het meer uit plicht. Het is een vreemd fenomeen, dat alles doorbeweegt als iemand dood is. Niet alleen vreemd maar onterecht, het zou niet zo moeten zijn. Ik denk veel aan Olli's laatste maanden, waarin hij zich als een soldaat van zijn taak - leven - kweet. Gewoon doorlopen, opstaan als Doris opstaat, rond etenstijd mee met de mens naar de keuken. Dat soort dingen. Zo moet het, opstaan, doorlopen, maar ook: daar gaat het om, bij elkaar zitten, samen naar de keuken lopen. Een neus in een handpalm, een paar lieve woorden. Gelukkig heb ik Doris, zij mist hem ook. We laten de dagen maar een beetje gaan.