archief
evameijer.nl

 

 

28 februari

Bijzonder dierennieuws gisteren

De damherten waren eerder in Europa dan de mensen. Er zijn mensen die denken dat wie ergens het eerst is, ook het meeste recht heeft op die plek. Ik behoor niet tot die mensen maar duidelijk is wel dat damherten hier minstens zoveel horen als wij.
Ook las ik over een Myanmarees minivisje, de 12 millimeter lange Danionella cerebrum, dat 140 decibel geluid kan maken, dat is zo hard als een boorhamer. Het visje heeft daar een speciaal orgaan voor. Ze wonen in troebel water, en misschien helpt dit geluid ze bij communicatie over lange afstanden; onderzoekers denken ook dat machtsverhoudingen een rol spelen.
En ik zag een aangrijpende video van een koala die rouwt om zijn dode partner (een dierenorganisatie nam hem mee voor een gezondheidscontrole, maar je ziet toch dat hij gewoon verdrietig is) (je kunt wel ziek worden van verdriet natuurlijk).

 

 

27 februari

De eenzaamheid van ziekte

De column van vandaag gaat over de eenzaamheid van ziekte, en de veranderingen in de tijd die lang ziek zijn met zich meebrengt. Hier.

 

 

26 februari

Schelpen 





 

 

26 februari

Over de steen 

Regendruppels trekken sporen over de steen voor de deur. Ze vangen het licht, lijken gangen te graven in de lucht die gang voor gang dichter bij elkaar komen in een patroon dat logisch maar niet te voorspellen is. Na een paar minuten is de hele steen nat en verandert het licht in donker, hoewel ik niet weet of dat laatste door de druppels komt of doordat de wolken zich verder samentrekken.

 

 

25 februari

Op boomhoogte 

Ik liep vandaag over de touwenbrug van Chiel Kuijl in de tuin van museum Kranenburgh. Dat was ooit onderdeel van het kunstwerk Concentraties dat over de hele tuin liep, nu helaas niet meer want ik vond het heel leuk om te doen. Dus als je daar eens in de buurt bent, vergeet de touwenbrug niet. Het museum zelf is ook de moeite waard.

 

 

24 februari

Lieve berk  

Ik ben bezig met de organisatie van twee symposia over de rol van oude en nieuwe rituelen, die het actorschap van niet-mensen serieus nemen, in het werken naar een meer rechtvaardige en zorgzame meersoortige gemeenschap. Over hoe rituelen met en voor dieren eruit moeten zien, weet ik redelijk wat, maar van bomen en planten minder. Ik lees een boek over de rol van heilige bomen in de Indiase milieubeweging en kwam een tekst tegen van de Estse onderzoeker Madis Arukask over animistische boomrituelen van de Wespen en de Woten, Oostzee-Finse volkeren. Arukask schrijft bijvoorbeeld over vrouwen die de boomgeesten aanspreken in individuele bomen (de bomen staan voor zichzelf en voor iets groters). Hij mocht mee met M.A. en schrijft het volgende: 

M.A. was no longer going regularly into the forest to pick berries, due to her age (over 80) and health. On this occasion, she approached the chosen birch tree, put aside her [walking] stick, and hugged the tree with both arms. Caressing the trunk in a top-down direction from time to time, she said: ‘Dear birch, dear birch, you darling tree of mine. You’ve grown big, thick, our darling Vepsian tree. Give me health, strength. Your soft leaves, your thick branches. Grow big, beautiful, oh darling tree of mine. I can’t see you (every time). You give me health, you give me strength, you give me an easy journey (home), the health to get back home. You, my darling birch, you give …, you do much good.’ This went on for about a minute; she then took her stick and stepped away from the tree. Then she sang an old springtime circle dance song, performed on Trinity Sunday, recalled from her youth, and dedicated it to the birch tree. Traditionally, during Trinity week [the Veps] used to bring a small birch tree from the forest, sing and dance around it, and take off some branches [for fertility]. The song contained themes like those she had used when addressing the tree, describing it growing tall with thick foliage.

Zo zijn er meer rituelen, zoals het simpele groeten van de bomen en het bos als je het bos ingaat. Er zijn ook manieren om het bos aan te spreken over dieren en mensen die erin verdwenen (en om te vragen hen terug te brengen). Zo omgaan met bomen helpt in elk geval het vormen van een nieuwe houding. Met dieren kan het ook nieuwe manieren van communicatie (en begrip) tot stand brengen.

 

 

23 februari

Hallo klein vriendje 



 

 

23 februari

Vouwen

Ik mail de vrijwilligers van de paddenwerkgroep wekelijks met een update over de overgezette dieren, het weer, en leuke weetjes over amfibieën. Gisteren mailde vrijwilliger Wiesje me een weetje terug, over de salamanders in haar vijver. Die vouwen hun eitjes - soms wel 300 - in de bladeren van waterplanten. Op internet lees ik dat ze dat met hun achterpootjes doen. Een heel karwei.

 

 

22 februari

Weer een dag in het patriarchaat 

In Eye zag ik Poor Things van Yorgos Lanthimos. Ik vond The Favourite heel goed en zijn andere films niet, maar wilde deze film proberen. Het bleek een seksistische fantasie over feminisme. Emma Stone speelt Bella Baxter, een Frankensteinachtige figuur die volgens de recensies feministisch gedrag vertoont, maar de film herhaalt vooral seksistische figuren (zowel in het afbeelden van de seks als in hoe vrouwen worden onderdrukt en hoe ze zich eraan ontworstelen – het was ook cliché). Na afloop kwamen er op station Noord zes jongens van een jaar of veertien naast me staan. Ze spraken over meisjes die vooral goed waren voor het pijpen, en over de lelijkheid van sommige. Ook spuugden ze vaak op de grond. Ik deed mijn oordoppen in, pick your battles, maar toen gooide een van de kinderen een flesje cola naar een duif die een donut at (ik kon niet zien of het raak was). Dus ik deed mijn oordoppen uit en begon aan een tirade, over hoe je over vrouwen moet spreken en met kwetsbare wezens moet omgaan, en hoe je een waardevolle toekomst kunt nastreven voor jezelf. Ze deden stoer, maar ik las in de ogen van een paar jongens dat het wel aankwam (ik droeg mijn Stella McCartney Adidassen, dat helpt). Er kwam nog een groepje jongens bijstaan, dus ik had best redelijk wat publiek. Toen kwam de bus, de meeste jongens gingen ook mee, maar gelukkig gingen ze achterin zitten, ik deed mijn oordoppen weer in en mijn mondkap op, dat is best een fijne combinatie.  

 

 

21 februari

Schelp

Een werk van zand, zee en wind.  

 

 

21 februari

Keuzes 

Door Boris Novak. Ik vertaalde de Engelse vertaling van Mia Dintinjana. 

Tussen twee woorden
kies het zachtere. 

Tussen een woord en stilte
kies luisteren. 

Tussen twee boeken
kies het stoffigste. 

Tussen de aarde en de lucht
kies een vogel. 

Tussen twee dieren
kies wie je het meest nodig heeft. 

Tussen twee kinderen
kies allebei. 

Tussen het kleinere en het grotere kwaad
kies geen van beiden. 

Tussen hoop en wanhoop
kies hoop:
het zal zwaarder zijn om te dragen.  

 

 

20 februari

Interessante links voor de dinsdag

GC Heemskerk attendeerde me op het bestaan van het Walking Lab, die wandelingen onderzoeken en met wandelingen de wereld onderzoeken. Ze hebben bijvoorbeeld onderzoeksmethode die ze Queer Walking Tours noemen. Hier.
Ook las ik een lieve tekst van Greta Gaard over boeddhisme, ecofeminisme en de meersoortige wereld. Hier
In de herhaling: de Red Hand Files van Nick Cave. Omdat het een heel goed project blijft.

  

 

19 februari

Raamrand

 

 

19 februari

De salamandermetamorfose

Het is een goed salamanderjaar. Om een reden die voor mij waarschijnlijk verborgen zal blijven hebben ze hun winterhabitat uitgebreid: op de stoep waar ik vorig jaar misschien twee of drie kleine watersalamanders vond, heb ik er nu al minstens dertig overgezet. Ook op de geijkte plekken steken er meer de straat over dan eerdere jaren. Als wij de salamanders overzetten zijn ze donkerbruin (met vlekken en bij de vrouwtjes een rugstreep, maar dat valt nauwelijks op in het donker), alleen hun buik is geel met donkere stippels. In het water veranderen ze van kleur, ze worden geel met oranje en blauw, en hebben zwarte stippels over hun hele lichaam. De mannetjes houden van grote vrouwtjes en proberen hen te verleiden door met hun staart te bewegen. Ze hebben verschillende staartbewegingen: op Wikipedia lees ik dat de staart ‘golvend, waaierend of zweepachtig’ kan worden bewogen. De vrouwtjes voelen de waterdrukgolfjes, en ruiken de lokstoffen die naar ze toe worden gewaaierd (dit klinkt nogal heteronormatief; over queer kleine watersalamanders lees ik niets, maar die zullen er ook zijn). Dit speelt zich allemaal af in de vijvers van dit dorp, die zo grijs en onbetekenend lijken. 

 

 

18 februari

Maar

1. De trein beweegt. Het is een soort gezoem en getril. Omdat ik in de trein zit en de trein veel groter is dan ik beweegt de trein ook mij. Het zoemende getril voegt zich bij de geluiden en gevoelens in mijn lichaam. Tussen de trein en mij is een heel kleine oppervlakte waar we samenvallen (zo plat als het woord ‘tussen’).
2. De stoelen zijn oud en rood, oud rood, dus dubbel oud en dubbel rood. Sporen van iets scherps, van de tijd en wat zacht is vertakken zich over de zitting. Een stoel te zijn voor bepaalde tijd, voor niemand gedichten te schrijven en niet te weten van de padden en hun tocht en hoe wij zoveel routes verstoren. Hooguit van het uitzicht, de andere stoelen en de vele types mens.
3. Gisteren zag ik dat jonge wilgen (niet meer dan takken, opgeschoten) soms heel kleine katjes dragen.
4. Nu weet ik het zeker: als je onderweg bent, verandert de tijd in ruimte.
5. Zoveel soorten van alles: soorten vermoeidheid, soorten missen, soorten gebouwen in een stad.
6. Op het terras zitten een jongen en een meisje, zij draagt een leren jack en hij heeft een analoge Nikon om zijn hals. Ze eten hier straks omdat het zaterdag is en ze iets willen doen dat bijzonderder is dan naar de snackbar gaan. De tram stopt voor de deur, deze straat kan van alles aan, kleine vierkante steentjes, een vermoeide vrouw met een donkerblauwe jas (een geklede jas, denk ik) op een fiets, een man in het zwart met een statief. Ik zit hier maar ik voel me niet vrij (maar ik zit hier).

 

 

17 februari

Antwerpen 















 

 

16 februari

Navalny

Op de website van 2Doc is de documentaire Navalny te zien, over zijn vergiftiging en leven - bekijk hem vooral want het is een krankzinnige film en een eerbetoon aan deze dappere man. Vanavond op tv.

 

 

16 februari

Leven met anderen 

Er staat een mooi interview van Marjan Slob met Donna Haraway in de NRC. Zoals jullie weten ben ik kritisch over Haraway, vooral haar ideeën over proefdieren zijn niet oké, maar ze heeft ook veel zinnigs te zeggen. Hier

 

 

15 februari

De exceptionalisten 

Vandaag luisterde ik naar een lezing van psycho-analyticus Sally Weintrobe over psychoanalyse en de klimaatcrisis. Weintrobe schreef onder andere het boek Psychological Roots of the Climate Crisis, over onze 'culture of uncare'. Een van de kernbegrippen daarin is exceptionalisme, de houding waarin mensen hun onzorgzame kant laten prevaleren boven hun zorgzame. De exceptionalisten zien zichzelf als ideaal, vinden dat ze recht hebben op wat ze dan ook willen, en gebruiken magisch denken om van moreel ongemak over hun ideeën en handelen af te komen. Deze houding zit in ons allemaal, maar we kunnen hem bestrijden. En hij zit ook in onze samenleving, en daar moeten we hem bestrijden. In een culture of care wordt de zorgzame houding van individuen gesterkt, voorbeelden daarvan zie je in klimaatactivisme. Als het je interesseert kun je via google podcasts en lezingen van Weintrobe vinden.   

 

 

14 februari

Monk op Valentijnsdag

In de Oude Kerk bezocht ik de tentoonstelling van Meredith Monk (Calling). Monk is een componist die bekend is van haar werk met stemmen. In de tentoonstelling vond ik de muziek het mooist, en twee kleinere installaties. In de ene kijk je door boomstammen heen, in de andere wordt een bewegend paard op een doek geprojecteerd, hij of zij lijkt op de muziek te dansen (zie de foto's hierboven). Op youtube vind je Monks Cow Song. Turtle Dreams staat ook op youtube, hier
Het miezerde en onderweg zag ik veel jonge mannen met bossen rozen en tulpen, een bepaald slag mannen, met sneakers en gel, hoewel er ook een man in een pak tussen zat. In de bus zaten twee meisjes die elkaar kenden naast elkaar zonder te praten. Het ene meisje hield vier rozen vast, het andere had er nul gekregen.  

 

 

13 februari

Twee dagen



De zwarte vlekjes zijn kuifeenden.

 

 

13 februari

Waar blijven de longcovidprotesten? 

Vandaag gaat de column over het gebrek aan zorg voor en solidariteit met mensen met long covid. Hier.  

 

 

12 februari

Vaasje II 

 

 

11 februari

De paddentrek

De paddentrek is weer begonnen. Ik zag er dit jaar erg tegenop: ik kan weer dingen doen maar ben nog niet hersteld, en het houdt voor mij veel mails en veel lopen in (naast mijn werk en huishouden). Ook vond ik op dag twee een zwaargewonde pad die ik moest doodslaan en op dag drie een zwaargewonde salamander die ik moest doodmaken. Dat vind ik heel erg om te doen, maar het moet. Ik vraag me altijd af wat ik zou willen als ik hun positie was. Maar goed, gisteren waren er redelijk wat vrijwilligers op de been en hebben we 88 salamanders en 23 padden in veiligheid gebracht. Dus het is niet voor niks. 

 

 

11 februari

Zelf versus wereld

Ik las Derek Jarmans Moderne natuur en Nietzsches Aldus sprak Zarathoestra zij aan zij. Ik wilde schrijven: ‘het woord dat beide boeken verbindt is ijdelheid’, maar dat is te sterk. In allebei is er sprake van een sterke focus op het zelf ten koste van de wereld en anderen. Nietzsche is een van die filosofen die ik in theorie goed zou moeten vinden maar met wie ik niet veel kan (Kierkegaard is ook zo iemand). Het seksisme in Zarathoestra is extreem, maar eigenlijk geldt dat voor het werk van de meeste filosofen voor 2000, dus als filosoof train je je in de inhoud en methode los van elkaar zien (Montaigne en Wittgenstein waren ook seksistisch). Maar los daarvan is er dus zo weinig aandacht voor de wereld en zo veel aandacht voor het zelf. Jarman is wat sympathieker, en hij is ziek, waardoor het zelf op de voorgrond komt te staan, dat heb ik zelf ook gemerkt. (Moderne natuur is een dagboek van een jaar en een paar maanden waarin hij onder andere beschrijft hoe hij na zijn hiv-diagnose een tuin inricht bij het huisje dat hij kocht in Dungeness in Kent, Prospect Cottage). Zijn beschrijvingen van de planten in zijn tuin zijn mooi. Bovendien maakt hij zijn biografie expliciet tot onderwerp, ook in zijn films, en zet hij zich op die manier in voor homorechten en bewustwording rondom aids. Maar het blijft heel particulier. Misschien verwachtte ik er te veel van – op het buikbandje met zaadjes om het boek noemt Olivia Laing, ook een schrijver die niet tot mij spreekt, het ‘het mooiste en meest furieuze boek aller tijden’. Maar het is niet furieus, het is een treurige aftakeling van iemand die zijn inner circle beschrijft, een tijdsbeeld. 

 

 

10 februari

In het bos zag ik het gezicht van god in het mos op een boom  



Of van de kerstman, of misschien van een onbekende man met snor.

 

 

10 februari

Doris en ik kwamen terecht in een ganzenblokkade

Ze scandeerden leuzen. Ik ben solidair met ze. Het is hoog tijd dat er eindelijk eens naar ze wordt geluisterd.

 

 

9 februari

Vreemde vrienden





 

 

8 februari

Vandaag een gastbijdrage van mijn moeder, over hoe haar ouders elkaar hebben ontmoet

Mijn moeder, Trijntje Tol, werkte vlak na de Tweede Wereldoorlog als kraamverzorgster in heel Westfriesland. In vele dorpen rondom Hoorn. Mijn vader, Cornelis 'Cees' Scherpenhuizen, is na de oorlog grotendeels lopend en liftend naar Hoorn teruggekeerd. Hij had mijn moeder gezien en vond haar leuk, maar m’n moeder zat nog met Jelle in haar hoofd- denk ik- met wie ze voor de oorlog verloofd was, en op wie ze de hele oorlog gewacht heeft. Jelle kwam getraumatiseerd terug uit Buchenwald en hij is er door een misverstand met een brief, met de dochter van een bevriende slager in Utrecht vandoor gegaan. Mijn vader probeerde contact te krijgen, maar dat was nog niet zo makkelijk. Hij is net zo lang achter mijn moeder aan blijven fietsen naar al die dorpen, waar zij kraamde, dat Trijntje Cornelis op een gegeven moment wel leuk begon te vinden en er afspraakjes gemaakt werden. Dat moet 1946 geweest zijn. Op 27 Februari 1947 zijn ze getrouwd. Ik ben 5 Februari 1948 geboren. We woonden in bij mijn Oma Antje op de Tweeboomlaan 37. Er waren geen woningen vlak na de oorlog. Als je 9 maanden terugrekent, ben ik op Bevrijdingsdag 5 Mei 1947 verwekt. In 1948 werd Juliana gekroond en kwam ze naar Hoorn toe, vertelde mijn moeder me later. Met mij in de wagen gingen we naar de nieuwe koningin kijken.  

Ruth Scherpenhuisen 

 

 

7 februari

Can't we all just get along?

Gisteren was ik met G.C. Heemskerk in Galerie Stevenson op de Prinsengracht in Amsterdam want we doen met het Meersoortig Collectief mee aan een groepstentoonstelling aldaar. De tentoonstelling heet Can't we all just get along? en het is een protesttentoonstelling, tegen xenofobie en het normaliseren van racisme en andere vormen van onderdrukking, geïnspireerd door de uitslag van de afgelopen verkiezingen. Wij dragen het Meersoortig Manifest bij, een oproep aan kunstinstellingen om niet-menselijke wezens respectvol te behandelen. De opening is aanstaande zaterdag om 17 uur en de tentoonstelling loopt tot 16 maart. Je kunt hier meer lezen over de expositie en de galerie.
Het manifest is te koop. Het is geprint op chlorofylpapier (van papierpulp gemixt met bladgroenkorrels afkomstig uit landbouwafval) en kost 150 euro, de opbrengst doneren we aan een project tegen stringfoot (het pijnlijke en langdurige afknellen en afsterven van de pootjes door haar en touwtjes) bij stadsduiven. We zijn bezig met een nieuwe website, maar in de tussentijd werken we ons blog nog bij met voorbeelden van dieren- en plantenkunst. Hier.

 

 

6 februari

Gewoon blijven lopen

 

 

5 februari

De veganistische universiteit 

Ik kreeg een mail van een student namens Plant Based Universities, een initiatief om universiteiten vegan te maken, om een open brief te ondertekenen die vandaag openbaar wordt gemaakt. Het is niet het enige initiatief dat zich richt op het veganiseren van de universiteit, op de UvA werkt de Plant Based Treaty hier achter de schermen al langer aan. Het veganiseren van de universiteiten is belangrijk omdat wetenschappelijk onderzoek aantoont dat veganisme beter is voor de gezondheid van mensen en de planeet dan carnisme, en bovendien rechtvaardiger. Universiteiten die niet veganistisch zijn nemen dus eigenlijk hun eigen onderzoek en kenniscreatie niet serieus. Je kunt hier en hier meer lezen (Amsterdam is trouwens de eerste hoofdstad ter wereld die de Plant Based Treaty heeft ondertekend).

 

 

4 februari

Vaasje

 

 

3 februari

Langzame muziek 

Maandag is er weer een akkoordwissel in As slow as possible, het muziekstuk van John Cage dat 639 jaar duurt en wordt uitgevoerd in de St Burchardi Kerk in Halberstadt. Het orgelstuk begon in 2001 met zeventien maanden stilte. Het loopt nog 616 jaar, dus als je een keer een wissel wil bijwonen heb je nog even. In The Guardian lees ik dat er momenteel ook een muziekstuk bezig is dat duizend jaar duurt, dat begon in 1999, de Longplayer.

 

 

2 februari

Goeie column van Carolina Trujillo vandaag, over boerenwoede

Hier

 

 

1 februari

Ergens in een bos, ergens in de tijd

We waren van het pad af geraakt. 

Maar Doris bracht me terug.

Ze poseerde op de grafheuvel. 

 

 

31 januari

Parfum 

De pakketbezorger draagt zoveel parfum dat alle pakjes naar hem ruiken. Je zou het niet bij hem verwachten, deze geur, je zou eigenlijk geen enkele geur bij hem verwachten. Misschien is het om een andere geur te maskeren, misschien ruikt hij het zelf niet, misschien is het een manier om zijn handtekening op elk pakje te zetten, zoals sommige andere dieren dat doen.  

 

 

30 januari

Natuuronderwijs

Vandaag is de column weer eens echt opinie-achtig, want ik pleit voor het invoeren van natuuronderwijs op scholen. Ik verdiepte me in de literatuur erover (in de digitale versie staan links naar onderzoek) en werkelijk alles gaat beter als kinderen buiten leren. Sommige specifieke problemen van nu, zoals het slechte leesvermogen van Nederlandse kinderen en de ongelukkigheid die met een overdaad aan schermtijd gepaard gaat, worden er bovendien mee opgelost. Dus waar wachten we nog op.

 

 

30 januari

Vernietiging in beeld

Op de website van de Guardian staat een artikel dat de bombardementen in Gaza door het Israëlische leger in beeld brengt (met foto's en kaarten), het laat de schaal van de vernietiging van gebouwen, land en infrastructuur op een overweldigende manier zien. Hier.    

 

 

29 januari

Echt niets 

 

 

29 januari

Door het veld met boterbloemen

voor D. 

Hier loopt een hondje dat haar verantwoordelijkheid nam. Iedereen weet dat je de doden niet alleen moet laten. Maakt niet uit of je klein bent, of het koud is. Of ze je kunnen zien. 

Iedereen weet dat de tijd een brug naar de andere wereld is.
Degenen die onterecht stierven houden momenten open, het ene moment opent in het andere, soms komt een van die momenten in het nu uit. Of in de taal die naast de taal ligt. 

Je hebt nergens recht op maar soms is er iemand die wacht of waakt. De uren twijfelen. Je hoort een nachtegaal. 

Door het veld met boterbloemen loopt een pad dat wij niet zien, je witte vacht valt weg achter kantelen van veldbeemdgras.

 

 

28 januari

Mijn lieve vriend Simba

Hij is al zeven maar nog steeds de gangmaker en het zonnetje in huis. 

 

 

27 januari

Weggegeven 

Een paar weken terug was Marlene Engelhorn in het nieuws, een nazaat van Friedrich Engelhorn, de oprichter van het Duitse chemieconcern BASF. Ze erfde in 2022 een groot bedrag van haar oma, en wil daarvan 25 miljoen weggeven. Ze laat een burgerberaad (bestaand uit vijftig mensen) bepalen aan wie. Ik vind het een goede actie, zowel het weggeven als de manier waarop. Ze had het ook kunnen gebruiken voor onderzoek naar alternatieven voor geld, want geld is de bron van veel van onze problemen. Maar dat terzijde. Het deed me denken aan Wittgenstein, ook een Oostenrijker die zijn erfenis weggaf. In lijn met zijn karakter gaf hij alles weg, omdat hij dacht dat rijkdom de filosofie in de weg stond. Dat ben ik met hem eens, hoewel armoede de filosofie ook in de weg kan staan. Ik wist eigenlijk niet goed waar zijn geld naartoe is gegaan, net las ik dat hij het grootste deel doneerde aan een fonds voor armlastige kunstenaars en schrijvers, waaronder Trakl en Rilke. Dus daar mogen we Wittgenstein dankbaar voor zijn. De rest gaf hij aan zijn broers en zussen. Ik denk niet dat het hem heeft geholpen om het geld weg te geven, maar het was toch nodig.
Hier lees je drie gedichten van Trakl en hier twee requiems van Rilke.

 

 

26 januari

Waar ik last van heb

Als ik ergens kom meld ik tegenwoordig dat ik long covid heb. Dan begrijpen mensen waarom ik niet lang kan staan, en ook niet lang kan blijven hangen. Er zijn drie soorten reacties. De eerste is vriendelijk maar onbegrijpend. Die komt het meeste voor. Mensen die me geven wat ik wil als ik daarom vraag (een stoel), maar niet meedenken en niet zien waar ik behoefte aan heb. De tweede is begripvol en attent, van mensen die de omgeving lezen en meedenken over wat goed zou zijn voor mij (een stille plek voor het optreden begint). Dat zijn mensen die iemand met lc in hun omgeving hebben. Dat is heel fijn, en heb ik nog maar drie keer meegemaakt (maar goed, ik doe ook niet zoveel). De derde is een vraag: waar heb je dan allemaal last van? Ik vind dat een impertinente vraag, een beetje alsof je aan een transpersoon vraagt of hij/zij/hen een geslachtsveranderende operatie heeft ondergaan. De lijst met klachten is lang (zoals bij iedereen, ik las dat lc-patiënten gemiddeld veertien symptomen hebben), en de meeste klachten behoeven uitleg (zoals dysautonomie, orthostatische intoleratie, dat de vermoeidheid geen vermoeidheid is maar eerder een dood lichaam in je levende lichaam), en dat allemaal vertellen kost energie. Maar ik heb vooral geen zin om iemand die ik net een minuut ken in een drukke ruimte uit te leggen hoe ziek ik ben - lang ziek zijn is ingrijpend en erg en ik ben allang al blij dat ik daar sta, op dat moment, dan denk ik er liever even niet aan. Ik begrijp dat het komt omdat lc een nieuwe ziekte is, bij kanker of depressie doen mensen het voor zover ik weet niet, terwijl dat ook van alles kan inhouden. Als je graag iets wil vragen, vraag dan hoe het gaat. Daar kun je je eigenlijk nooit een buil aan vallen.

 

 

25 januari

Gedichtentip

Het is trouwens poëzieweek en als je deze week Het witste woord (of een andere bundel) koopt dan krijg je er het poëziegeschenk van Edward van de Vendel bij, Kom nog even naar mij kijken straks.  

 

 

25 januari

Bezoek 







 

 

24 januari

De wereld in- en uitademen

De wereld in- en uitademen. Eerst de tuin, alle wilgen en elzen, grassprieten, de mierenhopen, de wilgentenenschutting, het raapzaad dat zichzelf in een pot heeft geplant, de stenen om het tuintje met de bollen van de narcissen, uitgebloeid, de brandnetels, de hyacint onder de grond, alle planten die ik nog niet ken, dan de lucht, de zon erin, de vage lage wolken in het grijs, het grijs zelf en alle andere kleuren (hier vooral bruin, groen, geel, elders zal het rood zich melden), in en uit, de vogels en de bijen, de hond hier naast me op de bank, de piano en de boeken, de straat, het dorp, het land, de zee, de stemmen van de mensen en de dieren (ook de jouwe), de dromen en de boosheid, al het verlies dat werd geleden, alle gestorvenen, al het missen, alle zandkorrels, de getallen, ieders geweten, elk begin. En alles moeiteloos, steeds opnieuw, in en uit. Eigenlijk merk je het niet eens.

 

 

23 januari

Als de zorgen komen

Zorgen houden van elkaar. Ze zoeken andere zorgen om samen mee in de hoek van de kamer te staan en je toe te zingen als een koor. Ze zoeken kleine gaatjes in je pantser om doorheen te komen en als ze eenmaal binnen zijn dempen ze hun stemmen. Ze hoeven niet meer zo hard te zingen want je voelt nu wat je bedoelen. Je voelt het de hele tijd. Eigenlijk voel je bijna niks anders meer en ze zijn ook met zoveel. Allemaal staan ze voor iets anders en de zorgen stellen zich totaal in dienst van hun onderwerp, ze gaan er helemaal in op. Je luistert steeds minder goed, raakt aan hun boodschappen gewend, hoewel de melodieën je soms ineens grijpen. Maar je weet ondertussen dat in elk lied een ander lied zit, en diep daarin zit de stilte. 

 

 

22 januari

Dag medeaardbewoners 



 

 

21 januari

Gebaren

In de krant las ik over de Plains Indian Sign Language, een gebarentaal die inheemse volkeren in Noord-Amerika gebruikten om met andere volkeren te communiceren, bijvoorbeeld om handel te drijven. De meeste mensen denken bij taal aan woorden en het bevalt me dat voor deze universele taal gebaren worden gebruikt. Ik hou ook van drumtalen, waarmee mensen in bergachtige gebieden over lange afstanden kunnen communiceren, en van fluittalen. Op wikipedia staat meer informatie.

 

 

20 januari

Kopje

Ik ben bezig met een serie kopjes en vorken. 

 

 

19 januari

Vier zielen

Volgens het shintoïsme hebben we vier zielen in onze geest, of ziel (afhankelijk van de vertaling). Ze hebben allemaal hun eigen functie. Als iemand op reis gaat kan ze een van haar zielen achterlaten bij haar geliefde, en diegene kan een van haar/zijn/hun zielen meegeven. Om de ander te troosten kun je zingen voor de ziel die je bij je hebt, over wat je ziet en meemaakt. Volgens de Japanse overlevering zijn zo de landschapsliedjes ontstaan.

 

 

18 januari

De vogel van de dag

 

 

17 januari

Gisteren 









 

 

17 januari

Dierfilosofie

Gisteren presenteerde ik online een paper bij de werkgroep dierfilosofie, over taoïsme en dieren. Dat was leuk want ik had mijn collega's lang niet gezien, en het was leuk om over nieuw werk te praten. Deze bijeenkomsten zijn normaal gesproken besloten, maar 13 februari is er om 19.30 uur een openbare lezing, en wel door Dinesh Wadiwel, die zal praten over zijn nieuwe boek, Animals and Capital. Meer informatie over het boek vind je hier. Je kunt je aanmelden door een mail te sturen naar dierfilosofie@gmail.com.

 

 

16 januari

Nieuwe vriendjes

Ik was op kraamvisite bij E. Caesar, rechts met het grote hoofd, heeft vorige week zijn twee vriendinnen verloren. Hij heeft nu twee nieuwe maatjes, Big die naast hem zit en Kikiri achterin. Ze werden aangeboden als slangenvoer op Marktplaats. Het zijn lieve en knappe meiden voor wie het leven nog nieuw is.

 

 

16 januari

Luister naar de meisjes

Vandaag in de krant, een column over meisjes en het donker

 

 

15 januari

Uitgesneden tijd 

 

 

15 januari

In hoopvolle afwachting 

Uit: Het witste woord (2023).  

 

 

14 januari

De boeken die op de leuning van de bank liggen 

Op de leuning van de bank liggen nog steeds de boeken van Patricia Cornwell over Kay Scarpetta (zie de NRC-column van 5-12). Nadat ik alles vanaf 2003 heb gelezen, ben ik bij het begin begonnen, omdat ik het troostende boeken vind en ervan kalmeer. Waarschijnlijk is het meer de figuur van Scarpetta dan de inhoud, want dat zijn dus veel moorden, maar dat maakt niet uit. Het is qua karakterontwikkeling eigenlijk ongeveer 1 roman in 27 delen. Dat werkt heel goed voor iemand die rustig aan moet doen. Verder las ik deze week ook Familielexicon van Natalia Ginzburg. Daar had ik veel van verwacht omdat ik de nieuwe vertaling van haar essays De kleine deugden heel mooi vond, maar dit is minder scherp en helder. Ik lees ook Jelineks Persoonsgegevens, maar dat lijkt haast een pastiche, en ik weet niet waar dat aan ligt – het is goed vertaald, en de taal doet goed mee, het onderwerp is belangrijk (het gaat erover dat ze was beschuldigd van belastingontduiking en over haar Joodse familie – dat weet ik van de achterflap want uit het boek zelf wordt het niet duidelijk, je weet alleen dat het over schuld en beschuldigen gaat, maar niet dat het over haar gaat). Ik kom er niet in. Misschien ligt het aan mij, het raakt me niet. Silence, de verzamelde lezingen en stukken van John Cage is wel een aanrader. Net als het paddenstoelenboek gaat het over het leven. En het is grappig. En er ligt een boek over shinto van shintomeester Motohisa Yamakage, maar dat is alleen een aanrader voor wie meer te weten wil komen over shinto.

 

 

13 januari

Het vriendelijke schelpenmonster 



 

 

12 januari

Mycologische omweg

Ik lees het paddenstoelenboek van John Cage (A Mycological Foray) en begrijp niet waarom niemand me dat ooit heeft aangeraden. Sowieso raadt eigenlijk nooit iemand me iets aan wat me interesseert (omdat mensen denken dat je geïnteresseerd bent in wat je al weet of waar je al in geïnteresseerd bent, terwijl het bij aanraden juist gaat om datgene waar je nog niet in geïnteresseerd bent maar wel kunt worden). Maar nu raad ik het jullie aan, of het jullie nou interesseert of niet. Het gaat niet echt over paddenstoelen en ook niet over wat je kunt leren over muziek door paddenstoelen te zoeken, zoals in de omschrijving staat, maar meer over leren kijken, toeval en hoe je je weg kunt vinden via een omweg.

 

 

11 januari

Goede bandnamen (voor meerdere genres)

Het gore lef
Lauwe koffie
De hartelijke groeten
Pannenkoek
Wintervacht
De Wilders
Zwamvlok
Bert  

 

 

11 januari

Strandijs 

 

 

11 januari

Voor de mensen met een NRC-abonnement

Niki Korteweg schreef een goed stuk over mogelijke oorzaken van long covid (en waarschijnlijk andere postvirale syndromen). Hier. Het is fijn dat ze verschillende onderzoeken met elkaar verbindt, want journalisten zijn geneigd zich op een onderzoek of oorzaak te richten, waardoor patiënten en behandelaars in de war raken omdat ze niet snappen hoe dat onderzoek zich verhoudt tot eerder onderzoek.

 

 

10 januari

De zeehondenwacht

Op het strand lag een zeehond. We lijnden de honden aan en liepen er met een grote boog omheen. Mensen stonden al te bellen en even later zagen we de pick-up van de zeehondenwachters aan komen rijden - een soort dierenambulance voor zeehonden en bruinvissen, we wisten niet dat die dienst bestond. B maakte een praatje, en op de terugweg schoten we ze weer aan. De zeehond lag achterin, het was een volwassen dier. Ze brachten haar/hem/hen naar een afgezet stuk strand verderop, en zouden de zeehond monitoren, want soms hebben ze longworm. Ze bijten altijd, zei de man.
Verder was het heel mooi op het strand, de schaduwen waren scherp en het schuim was bevroren. De honden speelden zoals je hoort te spelen.  

 

 

9 januari

Zwaai

 

 

9 januari

Mousekeeping

Het internet verwondert zich over een muis die elke avond de werkbank van een natuurfotograaf opruimt. Welsh tidy mouse, zoals de fotograaf haar of hem noemt, laat zich niet ontmoedigen doordat de man er elke dag weer een bende van maakt. Mijn muizen hielden ook van opruimen en van nesten bouwen. Ze hadden altijd heel specifieke ideeën over wat waar moet. Ik gaf ze vaak gescheurde reepjes papier voor hun slaapnesten en andere objecten om mee te spelen, en altijd als ik iets nieuws in het muizenhuis legde zorgden ze er direct voor dat het op het goede plek terecht kwam (behalve toen ze heel oud waren, toen deden ze het pas als ze wakker waren). Deskundigen speculeren over dit gedrag, of het nuttig is of voor de lol. Ik kan daaraan toevoegen dat muizen altijd projecten hebben, dingen die ze zo doen omdat het netjes is of zo hoort. Er is ook verschil tussen individuen: sommige muizen zijn veel netter dan andere. (Zoals sommige muizen ook veel socialer zijn dan andere.) Misschien heeft deze muis het van andere muizen geleerd. Ik denk ook dat ze een goed gevoel krijgen van het opruimen, zoals wij, en bij mijn muizen was een deel van het opruimen gericht op het maken van een prettige slaapplaats, maar dat is bij deze muis niet zo want hij of zij slaapt niet tussen de spulletjes.   

 

 

8 januari

Voorgrondmuziek 

In december ging ik naar de tentoonstelling van Nan Goldin in het Stedelijk. Ik had me erop verheugd want ik hou van Nan Goldin en de tentoonstelling was goed besproken. Er waren geen foto’s te zien, maar dia’s/video’s met muziek erbij. Ik kon het maar een paar seconden verdragen want het geluid stond veel te hard.
Een van de longcovidklachten die ik had (verschillende mensen hebben verschillende klachten) is gevoeligheid voor prikkels, en dan niet wat millenials bedoelen als ze zeggen ‘ik kan niet tegen prikkels’ maar echt lichamelijk niet in staat zijn licht en geluid te verdragen (zoals het geluid van auto’s die door de straat rijden of de helderheid van een lichtgrijze lucht). Deze klacht is langzaamaan verbeterd, maar nog steeds valt me op dat de muziek overal zo hard staat en dat makers overal muziek onder zetten. Zelfs Radio 1 is onprettig om naar te luisteren, met die jingles en reclame. Wachtmuziek aan de telefoon is afschuwelijk, zo blikkerig en keihard.
Ik keek vorig jaar 's avonds vaak naar politieseries, want die bevatten geen emotie en volgen een vastomlijnd stramien dus ze kosten weinig inspanning, maar het merendeel viel af omdat er cameravoering te woest was en er om onbekende redenen vaak keiharde onnodige muziek in zit. Het wordt er niet beter op. Beck was een fijne serie – ik heb ook de boeken gelezen, die nog fijner zijn – omdat ze daar tenminste een beetje rustig aan doen, en ook omdat het in Zweden speelt en het niet totaal stompzinnig is. Voor films geldt hetzelfde, vaak zit er veel te veel slechte muziek in. Ik hou überhaupt niet van dingen die alleen illustreren, dan neem je de muziek (of tekeningen) in kwestie niet serieus. (Als je mensen alles wat ze moeten voelen zo aanreikt voelen ze bovendien steeds minder.)
Als schrijver en kunstenaar leer je in de loop der tijd dat alles wat weg kan ook weg moet. Natuurlijk kun je barok werk maken, maar dan kan het dus niet weg. 80% van de muziek in films, videowerk en series kan weg, en het werk zal ervan opknappen. En als het zo slecht is dat het er niet van opknapt, knapt het ook van die muziek niet op.
Het is allemaal ruis. Kinderen worden ziek van smartphones en mensen krijgen burn-outs omdat ze steeds op schermen kijken. De digitale wereld is dwingend, maar geeft ons ook andere informatie. Waaronder dus dat van beeld naar beeld springen, en al dat onnodige geluid. Dan kun je (als je überhaupt tegen prikkels kunt) dus beter naar de vogels luisteren en proberen hun zang te herkennen, dat kost ook inspanning, maar je krijgt er meer in plaats van minder ruimte van in je hoofd.

 

 

7 januari

Vloekende meeuw in de regen

 

 

7 januari

Vogelmuziek

Op youtube maakte ik lang geleden een playlist met muziek van componisten die met vogels in gesprek zijn, of door echt met ze te musiceren of door zich door hen te laten inspireren (het schijnt dat het laatste stuk van Mozart een hommage aan zijn spreeuw is). Hier

 

 

6 januari

Stippenstraat 

 

 

5 januari

Het woord moe 

Ik ben nog steeds zo kwaad over de longcovidsituatie in Nederland nav het bericht gisteren - niet eens zozeer voor mezelf want ik ben aardig op been, maar vooral voor de vergeten groep mensen met postvirale aandoeningen die bedlegerig zijn en/of steeds zieker worden. Mensen vragen euthanasie aan omdat elke dag een kwelling is en er weinig uitzicht is op beterschap. Wie zo ziek is kan niet voor zichzelf opkomen. Die wil alleen maar dat het lijden ophoudt. Als patiënten met ME/CVS serieus waren genomen hadden we dit probleem niet gehad (maar ME/CVS treft vier keer zoveel vrouwen als mannen, dus het werd lang gezien als hysterische klacht).
Hier is het woord 'moe' ook een obstakel omdat mensen denken dat je met chronische vermoeidheid moe bent. Maar het is totale uitputting, pijn, niet kunnen denken, niet kunnen voelen, niet met anderen kunnen omgaan omdat dat te zwaar is. Het is geen kwestie van lekker even in bed gaan liggen want in bed liggen is ook naar. (In het Engels heb je bv fatigue, dat geeft een ander soort vermoeidheid aan.) 
Een Duitse onderzoeker heeft een ouderdomsnabootspak gemaakt dat mensen in de zorg kunnen dragen om te voelen hoe het is om oud en gebrekkig te zijn (elke stap is zwaar, de waarneming is aangetast etc). Ik heb hem gemaild of hij geen longcovidpak kan maken omdat het maar een paar aanpassingen zou vergen maar hij zag het niet zitten, ook omdat het pak eigenlijk die ervaring al geeft. Zoiets zou misschien kunnen helpen omdat zorgverleners en politici/beleidsmakers een indruk te geven.
Nederland schijnt het enige land in Europa zonder longcovidkliniek te zijn. 

 

 

4 januari

Tussen je oren 

Zojuist las ik op de website van de NOS dat long covid niet tussen je oren zit. Nou, dat vind ik na vijftien maanden ziek (nu in redelijk goeden doen) goed om te weten. Het was natuurlijk allang al bekend, en we weten dankzij internationale studies ook al het een en ander over de werkingsmechanismen, die volgens verschillende studies  overigens letterlijk wel tussen je oren zitten, maar de Nederlandse longcovidzorg is zo armetierig dat dit blijkbaar moet zijn hoe het nieuws wordt gebracht.
Het onderzoek is wel echt belangrijk, omdat er nog heel weinig bekend is over PEM (een van de meest afschuwelijke symptomen vind ik, omdat je na inspanning nooit weet wat het kost, en het gaat niet om marathons rennen of naar de kroeg - voor de mensen die heel ziek zijn kan een telefoongesprek van een paar minuten of douchen al een crash van dagen of veel langer veroorzaken - douchen is sowieso heftig omdat je moet staan en degenen met POTS en orthostatische intolerenatie dat niet kunnen - google die termen maar - ik ben blij dat ik weer staand kan douchen - maar dat terzijde - het is ook verschrikkelijk dat je van emotie verslechtert, dus als je iets ergs meemaakt ben je dubbel de lul - maar ook dat terzijde - je kunt trouwens ook PEM krijgen van menstrueren of warmte, dus ik zie alweer op tegen de zomer).
De boodschap is ook belangrijk, omdat Nederlandse huisartsen en bedrijfsartsen er te weinig van weten. Mensen met andere postvirale ziektes zoals ME/CVS hebben hier ook last van - voor die doelgroep levert de bekendheid van longcovid op deze manier wat op (het is alleen jammer dat het wereldwijd om miljoenen patiënten gaat met verwoeste levens). Ik had het zelf ook graag vanaf het begin geweten, omdat ik lang lichamelijk te veel deed, waardoor je op termijn verslechtert of nergens anders ruimte voor hebt.
De bottom line is dat je als longcovidlijder van medepatiënten en wetenschappelijke studies (als je die kunt lezen) in dit land veel meer leert dan van de gezondheidszorg of de journalistiek. Hopelijk draagt dit onderzoek bij aan oplossingen (er zijn al wel medicijnen en supplementen die sommige mensen (deels) helpen, afhankelijk van je symptomen), want een leven met long covid is voor heel veel mensen echt geen leven en hoewel de Nederlandse gezondheidszorg voor veel ziektes echt niet slecht is, is er hier absoluut onvoldoende zorg voor deze mensen.

 

 

3 januari

Ik wou dat ik in Zweden was 

Daar is het nu min veertig. 

 

 

2 januari

Geografieën van stilte

Een nieuwjaarswens in de NRC vandaag

 

 

1 januari

Bizzy 

 

 

1 januari

Het geheim van de velduilen

Velduilen reizen graag door Nederland maar vliegen ook graag weer weg en er zijn er weinig die hier broeden. Als het een goed veldmuizenjaar is, dan vertellen ze dat aan andere velduilen en die komen dan van heinde en verre uit allerlei landen naar die plek toe. Hoe ze het aan elkaar vertellen weten we de mensen niet. De uilen houden het geheim.

 

 

1 januari

Gelukkig nieuwjaar 

En als het rechtdoor niet lukt, dan maar omhoog.  

 

 

31 december

Het goede jaar in het slechte jaar 

Het uitzicht vandaag tussen de buien door.

Het was in veel opzichten, eigenlijk in alle, het slechtste jaar van mijn leven. Maar het was niet alleen slecht. Omdat ik ziek was heb ik veel meer teruggekeken dan goed is voor een mens, wie uit de stroom van het leven gedwongen wordt krijgt herinneringen op bezoek, dus dat hoef ik nu niet te doen. Ik vouw het jaar rustig op en leg het bij de eerdere jaren, en dan zijn mijn handen open voor wat komt.

 

 

30 december

Mijn vrienden die in de tijd zijn achtergebleven

In de laatste dagen van het jaar denk ik aan Olli, die stierf op Goede Vrijdag en aan de muizen Bram en Wezel, Vlokkie, Madelief, Maanoor, Tweeteen, Mus en Spokie, die dit jaar ook stierven.

 

 

29 december

Je zachtgevlekte stam

 

 

28 december

De terreur van de knallen

Het is de eerste keer in tien jaar dat ik niet opschrik bij elke vuurwerkknal omdat er een doodsbange hond in huis is. Dat op zich is een melancholisch gegeven, maar het is ook erg dat de afgrijselijke traditie nog bestaat. Een paar jaar geleden leek er momentum voor een verbod, maar na de coronapandemie viert het liberale egoïsme weer onkritisch hoogtij. Vooral de vogels hebben er last van, dus als je een tuin hebt, zet water neer voor ze en geef ze deze week te eten, dan hebben ze een wat betere kans om het te overleven. En doe wat er in je vermogen ligt om het te ontmoedigen.

 

 

27 december

Aan het einde van de dag

En langzaam werd ik tijd. Ik meng me met het wit. Eerst was ik mens, toen boom, toen dag. Ik ga vanzelf voorbij.
Ik ben er nog, nu namiddag. Het licht valt door de bladeren. Als boom bewoog ik mee. Maar tijd blijft stil en aangedaan. 
Ik ben er nog, mijn avond valt zo licht. 
Wie heeft bedacht dat het zo gaat? Wie handen heeft: houd iemand vast.

 

 

26 december

En de vraag of dit dan vrijheid is  

 

 

25 december

Dierentuinen van de toekomst 

De cursus Uilen in Nederland is niet voor de faint of heart. Met name de hoeveelheid muizen die ze dagelijks eten is schokkend, en de oehoe eet er nog allerlei andere dieren bij. Wel leerde ik dat de oehoes de dierentuin hebben heruitgevonden: er broedt namelijk sinds 2016 een koppel in Burgers' Zoo in Arnhem, op eigen initiatief. Zie hier. (Zo wonen er ook veel reigers in Artis.) In plaats van dieren gevangen te houden, zouden dierentuinen dus toevluchtsoorden kunnen worden voor wie een plek nodig heeft, en zich kunnen richten op het maken van schuilplaatsen (holen, nesten, mandjes) voor wilde dieren en zwerfdieren. De dieren die zich er vestigen weten dat er bezoekers zijn en nemen dat voor lief (bijvoorbeeld omdat er minder predatoren zijn of genoeg te eten). Misschien vinden ze het zelfs wel leuk om soms contact te maken. 

 

 

24 december

Voor wie zin heeft om wat te lezen met kerst

Ondanks en dankzij dat ik het hele jaar ziek was, heb ik wel veel geschreven (ondanks omdat ik minder goed kon denken en weinig uren per dag kon werken, dankzij omdat ik minder lezingen gaf en geen sociale afspraken kon maken). Als belangrijkste waren dat de dichtbundel Het witste woord over de liefde, en de roman Dagen van glas. Daarnaast heb ik veel academisch werk geschreven, daar zit altijd een vertraging in, maar volgend jaar verschijnt er een nieuwe monografie bij de Amsterdam University Press over meersoortige dialogen, met als werktitel: Multispecies Dialogues. Doing Philosophy with Animals, Children, the Sea and Others. Dit jaar verschenen er wel veel artikelen, zie mijn UvA-pagina (alles open access). Ook schreef ik meer dan eerder voor de krant, columns en essays over o.a. long covid, gender, planten en publieksfilosofie. Zie hier (niet open access). Verder waren er natuurlijk nog de Dog Dinners in Mediamatic, een experiment in anders samenleven, opgezet met en voor honden. Via google kun je daar leuke verslagen over vinden.

 

 

23 december

Over het verstrijken van de tijd  

Vanochtend was ik te gast bij Nieuwsweekend om te praten over Dagen van glas. Je kunt het hier terugluisteren. 

 

 

22 december

Uilen 

Bij de Vogelbescherming kun je een online cursus Uilen herkennen in Nederland volgen. Ik heb mezelf er een cadeau gedaan als vroeg kerstcadeau, ook al zijn er hier helemaal geen uilen in de omgeving. Het is leuker dan tv kijken. Klik hier als het je ook wat lijkt. Het is maar 25 euro. Je kunt ook gratis cursussen volgen over vogels en tuinvogels in Nederland.    

 

 

22 december

Dirigeren 

De film Tár voert veel eindejaarslijstjes aan. In die film speelt Cate Blanchett een lesbische dirigent die misbruik maakt van haar macht en ze doet dat totaal overtuigend en innemend. De macht ligt niet alleen bij haar, het is een landschap, dat stap voor stap in kaart wordt gebracht. Het is ook een film over schoonheid, over de grenzen van toewijding (en wat je uiteindelijk hebt aan kunst). Eindejaarslijstjes zijn natuurlijk vreemd omdat je werk (films of boeken of wat dan ook) niet zo kunt rangschikken maar het is een goede film, de tijd van het kijken waard.

 

 

21 december

In het ei

Tijdens het mediteren moest ik me voorstellen dat ik omgeven werd door een kleur. Ik koos voor rood, omdat ik me daarin warm en veilig voel, en eerst was het ook warm en veilig. Daarna voelde het alsof ik in een ei zat, dat was nog steeds fijn, en ik begreep hoe het is om een kuikentje te zijn, verfrommeld en nat, ik tikte met mijn eitand de schil open. Het ontroerde me tot ik dacht aan alle miljoenen kippen in de schuren die ook ooit uit hun ei zijn gekomen, voor een leven dat alleen uit lijden bestaat. Het was een vreemde heldere ervaring. Eerder dit jaar had ik iets soortgelijks, maar dat was in een droom waarin ik een vis werd en in een net werd gevangen, heel claustrofobisch, de andere vissen en ik begrepen niet wat ons overkwam maar het was verschrikkelijk. Dit als vroege kerstoverweging. Help de dieren, misbruik ze niet.  

 

 

20 december

De schemering 

Voor de dag terugkeert in zichzelf, de controle overgeeft aan de nacht, kijkt hij nog een keer goed rond. Daar staan de sparren, daar rent een eekhoorn, daar liggen de kleine zwarte dennenappels. De mensen hebben lichtjes aangestoken, ze komen niet meer. De kleine gele paddenstoelen, een stuk schors, twee konijnen. In de verte zoeken zwijnen naar hun eten. Het mos ligt er rustig, de bladeren vergaan. Dag licht, dag stemmen. Dag bos, zee, stad. Morgen is een ander woord voor terugkeer.

 

 

19 december

Te weten wat jullie weten

 

 

19 december

We kunnen al met dieren praten, we luisteren alleen niet

De column van vandaag gaat over praten met dieren en kunstmatige intelligentie. Hier

 

 

17 december

Spookverhaal

Gisteren zag ik de film The Eternal Daughter van Joanna Hogg met Tilda Swinton in een dubbele hoofdrol. Een filmmaker gaat met haar moeder naar een spookachtig huis waar de moeder toen ze jong was bij familie logeerde en dat nu als hotel dienst doet. Ze wil een film maken over haar moeder, maar kan haar nauwelijks naderen. Hun gesprekken met de nachtwaker zijn opener dan die met elkaar. De sfeer is dromerig en dreigend, het verleden is overal aanwezig maar houdt zich tegelijk schuil. Die onbenaderbaarheid heeft iets meedogenloos. Voor een spookverhaal heb je geen spoken nodig, herinneringen zijn genoeg. 

 

 

16 december

Het verhaal van de tijd 

Het lijkt alsof Jon Fosse iets over de tijd wil zeggen, het verglijden ervan in een mensenleven. De tijd van het moment, waarin mogelijkheden en onmogelijkheden zich aandienen in gedachten, en de tijd die zich over het hele leven uitstrekt, en zich toont in terugkerende herinneringen. Die zijn in zijn Septologie niet altijd aan grote gebeurtenissen gebonden, het zijn eerder polaroids van losse scènes die in hun terugkeren samen het verhaal bepalen.
Maar misschien gaan zijn boeken minder over de tijd dan over het ik. Ons ik, het verhaal dat we hebben van ons ik, heeft de tijd nodig, toont zich tegen de achtergrond van de tijd, maar weerstaat hem ook omdat de onverschilligheid van de tijd oplost tegen onze verschilligheid. Die is er maar even, dat is erge en ook het sterke, in principe is even genoeg, want de eeuwigheid heeft niemand, ook de tijd zelf niet (als we die aan de aarde binden en aan de levende wezens; anders misschien wel).
Ik las Fosse toen ik heel ziek was en zelf weinig tegen de tijd kon uitrichten. Ik kon alleen meegeven, als een blad dat bewogen wordt door de wind, eerst zit het nog vast aan de tak en daarna waait het door de tuin, het landt voor de struik achterin. Rustig liggen in het gras.
Herinneringen zijn ook gebeurtenissen. Ze nemen je alleen niet mee, laten je daar liggen in het gras.
Als de verteller minder kan vertellen wordt het verhaal steeds valer, dunner als oude stof, tot je erdoorheen grijpt, misschien lag het al een tijd op zolder.
Ook het ziek zijn was een verhaal, niet het verhaal dat ik wilde vertellen. Maar een verhaal.  

 

 

15 december

Zhuang Zi 

Een van de mooiste boeken die ik dit jaar las is de Zhuang Zi, in de vertaling van Kristofer Schipper. Het is naast Het boek van de Tao en De geschriften van Liezi een van de drie klassieke teksten uit het taoïsme, ongeveer geschreven tussen de vierde en tweede eeuw voor onze jaartelling, volgens de overlevering door Zhuang Zi. Het is een humoristische en wijze tekst waarin dieren volkomen serieus worden genomen - soms worden ze als metafoor gebruikt maar in veel van de verhalen gaat het over echte dieren (het taoïsme is niet antropocentrisch, mensen zijn deel van de tienduizend dingen en iedereen is weliswaar anders, maar ook gelijk). Zo wordt het verzet van paarden besproken, de vreugde van vissen, en zijn er kikkers die in putten terechtkomen. Het boek van de Tao is overigens ook echt een mooie tekst, meer een gedicht. De Zhuang Zi is heel levendig en vrolijk. 

 

 

14 december

Ook hier is alles alles 

 

 

13 december

Feed me. Cheat me. Eat me.

In Eye is momenteel een tentoonstelling te zien van Janis Rafa. Vooral films, en drie grote sculpturen van de ijzeren stangen waar dieren in de vee-industrie en maneges tussen worden gehouden. Wie al op de hoogte is van het lijden van dieren heeft er weinig te zoeken, maar voor wie het gesprek wil aangaan met iemand die dat niet is, is het een geschikte tentoonstelling. Daarna kun je koffie of thee drinken en uitkijken over het IJ en samen bedenken hoe het verder kan. (Ze hebben ook goed vegan eten in het restaurant.)

 

 

12 december

Voor de mensen op spotify

Hier is een mooie plaat voor de donkere dagen, Melancolía van Musica Temprana.

 

 

11 december

Hedendaagse kunst van niet-menselijke kunstenaars in de openbare ruimte deel II 

Deze schimmelkunst lijkt te verwijzen naar het werk van Armando, ook al heeft de kunstenaar daar nog nooit van gehoord. Misschien kan het beter worden vergeleken met de feministische performancekunst van de jaren zestig en zeventig, waarin ook vaak het eigen lichaam en uithoudingsvermogen centraal staat.  

 

 

11 december

Hedendaagse kunst van niet-menselijke kunstenaars in de openbare ruimte deel I 

Dit werk, van een lokale moskunstenaar, doet natuurlijk meteen denken aan het werk van de recente Turner Prizewinnaar Jesse Darling. Andere raakvlakken zijn de folklore en Agnes Martin. Let op de typische organische mos- en bosesthetiek, die vooral in de hoeken tot uitdrukking komt. 



 

 

10 december

Filosofiepodcast 

Ik ben geen grote podcastluisteraar, maar laatst ontdekte ik The history of philosophy without any gaps, een zeer uitgebreide filosofiepodcast (in het Engels) met korte afleveringen (rond de 20-25 minuten) waarin wordt ingegaan op een stroming of filosoof. Naast de westerse filosofie komt Afrikaanse, Indiase en Islamitische filosofie aan bod. Je kunt bijvoorbeeld ook de vrouwen eruit pikken in de verschillende stromingen. Je kunt er hier naar luisteren. Voor als je even pauze hebt en toch iets wil leren.     

 

 

9 december

Op pad 

 

 

9 december

Schrijven en anderen 

Vandaag gaf ik online een lezing op een studentenconferentie in Boekarest. Over mensen en niet-mensen, schrijven over anderen, en uiteindelijk samenleven met wie anders is dan jij. Ik plaats de lezing hier, voor wie het interesseert.

Mens en niet-mens: Schrijven over anderen in een wereld die verdwijnt 

Eerste voorbeeld 

Gerimpel. Gegolf. Geraas. Gebulder.
Gerimpel gerimpel gegolf.
Gegolf.
Geraas, geraas, gebulder.
Gebulder! Gebulder! Geraas!
Gegolf, gegolf, gegolf, gegolf, geraas, gegolf.
Gerimpel.
Gerimpel.
Gefluister. Heel zachtjes. 

In Zee Nu rukt de Noordzee op, een kilometer per dag. De zinnen die ik zojuist voorlas zijn de opening van het boek. De zee spreekt tot de Nederlanders, rimpelend, razend, bulderend, en soms fluisterend. Heel zachtjes. De mensen reageren – politici, wetenschappers, activisten en burgers begrijpen langzaam dat er iets goed mis is, en vertrekken. De niet-menselijke dieren snappen het al eerder, ze luisteren beter naar het oprukkende water.
Je kunt Zee Nu op verschillende manieren lezen. Als satire, want de politici reageren op een vergelijkbare manier als op de coronapandemie. Maar ook als een ander, ouder verhaal, van mensen die zich te verhouden hebben tot een natuur die uiteindelijk altijd sterker is dan wij.
De zee maakt deel uit van de Nederlandse volksaard, mensen in Nederland leven onder zeeniveau en weten dat ze kwetsbaar zijn. Tegelijk zijn ze trots op de dijken en de waterwerken, dat merk je ook in discussies die nu worden gevoerd over het klimaatbestendig maken van Nederland. Mensen stellen veel vertrouwen in techniek en interventies. En uiteindelijk, denkt men, zal het toch zo’n vaart wel niet lopen.
In de roman gebeurt dat wel. Niet omdat ik mensen wil verontrusten, hoewel ik daar niet tegen ben, maar omdat we in een tijd leven waarin de natuur steeds nadrukkelijker terug begint te spreken. Tegelijk zijn wij in onze hoogkapitalistische samenlevingen verleerd om met en tegen de natuur te spreken. 

Tweede voorbeeld 

In de vroege lente van 1946 kwam er een onbekende koolmees met haar partner uit de tuin van de buren aan de westkant. Ze nam het nestkastje aan de eik op het pad naar mijn huis in gebruik. Ze had een klein wit stervormig vlekje op haar koolmezenvoorhoofd, en bewoog bijzonder elegant. Ik noemde haar Ster. De vaste bezoekers van mijn tuin hielden het nieuwe stel op een afstand en ik zag ze alleen in het voorbijgaan. In de zomer van 1949 verloor ze haar partner en zette ze haar zinnen op Kaalkopje. Kaalkopje was een vaste bewoner van mijn tuin, een stoere stevige mannetjeskoolmees die mij volledig vertrouwde. Kaalkopje was niet direct gecharmeerd van Ster. Hij had al een partner, die ik Eenoog noemde vanwege de witte kring om haar linkeroogje, en hij vond Ster maar een druktemaker. Ze was echter bijzonder doortastend. Eerst joeg ze Eenoog weg en daarna volgde ze Kaalkopje, de hele herfst, tot ze halverwege de winter eindelijk zijn hart gewonnen had. 

De koolmees Ster is een van de twee hoofdpersonen van mijn roman Het vogelhuis. De andere is Len Howard, een mens, vogelonderzoeker, die echt bestaan heeft. Howard schreef in de jaren vijftig van de vorige eeuw twee boeken over haar leven met vogels (Birds as Individuals, Living with Birds). Ze laat in haar werk zien dat begrip tussen mensen en wilde dieren tot stand kan komen op basis van vrijheid en vertrouwen, en dat het ontwikkelen van een uitgebreide gemeenschappelijke taal mogelijk is. Howard kwam uit een goede familie en was opgeleid als violist. Ze dacht dat de manier waarop vogels in haar tijd onderzocht werden, namelijk in laboratoria, de realiteit vertekende. Omdat wilde vogels bang zijn voor mensen, moeten kunnen vliegen, en sociale wezens zijn, levert zo’n omgeving ze veel spanning en ellende op, wat gevolgen heeft voor de resultaten van het onderzoek. Stel je voor dat je zelf in een kooi wordt gehouden en onderzocht door een andere diersoort. Zij besloot het anders te doen. Ze kocht een huisje in Ditchling, ten zuiden van Londen en stelde dat letterlijk open voor de vogels, die al snel door de ramen naar binnen vlogen en hun intrek namen in haar Bird Cottage. De vogels leerden haar kennen en vice versa; zij leerde in de jaren die volgden niet alleen hun taal kennen, ook ontwikkelden ze samen gewoontes, nieuwe taaluitingen, en spelletjes. Ze bouwde met sommige vogels een hechte vriendschap op, schreef hun biografieën, en Ster, een van haar favorieten, leerde ze zelfs tellen.
Ik kwam het werk van Howard tegen toen ik bezig was met mijn proefschrift over politieke stem van dieren. Ik schreef en dacht over taal van niet-menselijke dieren, en daar heeft Howard veel over te zeggen, juist door haar methode. Ze bestudeerde de dieren in hun leefomgeving en moest zich daar zelf aan aanpassen, in plaats van andersom. Het ging ten koste van haar eigen sociale leven, ze kon weinig bezoekers ontvangen, ze moest veel schoonmaken en hoewel het haar plan was een derde boek te schrijven kwam het daar niet van omdat ze steeds met de vogels bezig was.
Hoewel ik dus eerst geïnteresseerd was in wat Howard over de vogels schreef, werd ik gegrepen door haar levensverhaal en besloot ik daar een roman over te schrijven. 

Mens en niet-mens 

Ik werd gevraagd om vandaag als schrijver, en misschien ook een beetje als filosoof, een lezing te geven over mensen en niet-mensen. Preciezer: hoe moet en kun je als mens, als menselijke schrijver, schrijven over anderen? En wat betekent dat in deze tijd, waarin we als mensen eigenlijk bezig zijn om onze plek te herzien in het grotere natuurlijke geheel. Dat is een vraag die regelmatig terugkomt in mijn werk, en die volgens mij verbonden is met een andere belangrijke vraag: wat betekent het om überhaupt een goed leven te leiden? Behalve Zee Nu en Het vogelhuis schreef ik meer boeken over dieren en de natuur, onder andere over talen van dieren en hoe we ons moeten en kunnen verhouden tot de teloorgang van de natuurlijke wereld. Ik wil deze vraag – hoe kan en moet je schrijven over niet-mensen – vandaag bespreken aan de hand van drie verschillende punten, die met elkaar te maken hebben: 1. de wereld spreekt al, 2. verbeelding is een methode om anderen te begrijpen, en 3. we moeten beter leren luisteren. 

De wereld spreekt al 

Wie opgroeit in een westerse samenleving leert dat mensen de enige sprekende wezens zijn. Dieren praten in kinderboeken, maar daarbuiten maken ze hooguit geluid. Hetzelfde geldt voor bomen en planten, rivieren en zeeën. In niet-westerse samenlevingen is dit anders, daar kom ik straks nog even op terug. Maar ook hier verandert het. Ik zei net al even dat we in een tijd leven waarin de natuur harder terug begint te spreken – door zeespiegelstijging, smeltende gletsjers, bosbranden, megastormen. En ons beeld van de communicatieve vaardigheden van andere dieren en planten verandert door onderzoek in de biologie en ethologie of gedragsbiologie. We weten bijvoorbeeld dat mensen niet de enige dieren zijn die namen hebben. In het wild levende dolfijnen, papegaaien en vleermuizen noemen elkaar bij hun naam. Vleermuizen houden van roddelen. Wilde olifanten hebben een woord voor ‘mens’, dat gevaar aanduidt. Kippen spreken al tegen kuikentjes wanneer die nog in het ei zitten. Kippen geven mensen met wie ze samenleven ook een naam. De talen van walvissen, inktvissen, bijen en talloze vogelsoorten hebben een grammatica. Taal is in deze en andere voorbeelden natuurlijk breder dan alleen geluid: ook beeld, geur, houdingen, kleur en dergelijke kunnen er deel van uitmaken. Naast deze intersoortige interactie is er ook meersoortige communicatie mogelijk, tussen diersoorten onderling en tussen mensen en andere dieren, daar is bijvoorbeeld bij honden, paarden en kippen onderzoek naar gedaan. En Len Howard beschrijft hoe dit werkt bij de koolmezen.
Dat dieren spreken is natuurlijk leuk om te weten, en je wereldbeeld verandert erdoor – als je weet dat insecten met geursignalen communiceren, dat de duiven in de stad net zulke verstandhoudingen met elkaar hebben als wij, dat planten door hun wortels en schimmelnetwerken onder de grond met elkaar overleggen, dan zie je je omgeving anders. Daar hoef je niet eens voor naar een bos, een stadswandeling krijgt zo een heel andere lading. Maar het is niet alleen maar leuk, het komt wat mij betreft ook met een verplichting, namelijk om die dieren meer serieus te nemen. Deze levende wezens worden nu op grote schaal gekweld, in de vee-industrie, door de jacht, in laboratoria. Daardoor voel ik me aangesproken als mens. Maar ook als schrijver.
Als schrijver recht doen aan het perspectief van anderen is een precaire zaak. Je spreekt namelijk op een bepaalde manier voor die ander. Je moet oppassen geen stereotypen te herhalen, en met dieren in romans wordt dat heel vaak wel gedaan. Let maar op. Dieren in verhalen volgen meestal of een stereotype beeld – honden zijn trouw, katten eigenzinnig, vogels mooi – of ze worden alleen als metafoor gebruikt. Een vogel geeft vrijheid aan. Geweld tegen dieren wordt overigens ook heel vaak alleen instrumenteel gebruikt door schrijvers, om te laten zien hoe verdorven of in de war het menselijke personage is dat geweld pleegt, maar niet iets zeggen over geweld tegen dieren of dat specifieke dier.
Recht doen aan het perspectief van niet-mensen, voorbij het stereotype, begint ermee te begrijpen dat ze ons iets te zeggen hebben. Bij dieren is dat onder andere dat ze een eigen blik op het leven hebben, eigen plannen en ideeën, maar planten en andere natuurlijke entiteiten hebben ook hun eigen manier van zijn. 

Verbeelding en de ander 

Dat brengt ons naar het volgende punt, verbeelding en de ander. Ik denk niet dat er een verschil is tussen menselijke en niet-menselijke personages – er zijn allerlei verschillen, op het gebied van soort, sociale groepen, individuele kenmerken. Ik kan even makkelijk of moeilijk over koolmees Ster schrijven als over Len Howard. Je moet als schrijver altijd doordringen in het soort wezen dat iemand is en daar de woorden bij zoeken. Dat is een kwestie van voorstellingsvermogen, gevoed door kennis, maar ook van stijl.
Elk onderwerp dwingt een eigen stijl af. In Zee Nu heeft de taal het ritme van het water. Alles stroomt, er is constant sprake van eb en vloed. De zee maakt iedereen ook gelijk. De padden en kikkers, de paarden, de mensen, ze zoeken allemaal naar een veilige plek, een manier om te overleven. De menselijke samenleving met gebouwen, kunst, een taal, wordt daarmee ook een samenleving tussen vele. Elke golf is nieuw, en tegelijk hetzelfde als de vorige golf.
De veelheid van de wezens in de roman wordt weerspiegeld in de woorden die de mensen kiezen. Wetenschappers, politici, activisten en dichters hebben allemaal hun eigen manier om betekenis te geven aan het leven en die manieren vallen niet samen. Een gedicht laat echt iets anders zien van de werkelijkheid dan een academisch artikel of een manifest. En geeft die werkelijkheid anders vorm. Want hoe we spreken over wat er is, bepaalt ook hoe we dat zien en hoe we het aan elkaar kunnen laten zien. De vraag naar stijl is dus ook een politieke vraag: de vorm die je kiest, wie je aan het woord laat en hoe je dat doet, bepaalt de vorm die de wereld krijgt.
In Het vogelhuis is de vorm juist vogelig en licht, eerder poëtisch. De manier waarop Howard, die het verhaal vertelt, de wereld ziet verschilt niet zo van die van de vogels.
Ik moet hier overigens opmerken dat ik dit soort ideeën over stijl niet voor het schrijven al uitdenk: het volgt uit het verhaal, en ik heb het verhaal te volgen.
Voorstellingsvermogen heeft ook politieke kant, zoals ik net al besprak, omdat je wanneer je schrijft over iemand anders ook spreekt voor iemand anders. Dat betekent dat je je in diegene moet verdiepen. Ik las niet lang geleden de roman De vriend, van Sigrid Nunez, over een vrouw die een Deense dog erft van een goede vriend, en hoewel de verstandhouding met de hond mooi is beschreven en het verder ook wel een goed boek is, herhaalt ze af en toe standaard ideeën over dieren die allang weerlegd zijn, bijvoorbeeld over dat we hun innerlijke levens niet kunnen kennen, over hun anders zijn. Zowel dieronderzoek als filosofisch onderzoek laat zien dat we elkaar wel degelijk kennen en begrijpen. Ze valt dus terug op een stereotype verbeelding, dat een beeld van dieren herhaalt als onkenbaar. Als schrijver heb je wanneer je over andere mensen of dieren schrijft de plicht je in ze te verdiepen en ze anders te laten zien.
Want verbeelding is ook speels. Alles kan. Naast het vermogen om te hopen is het vermogen om ons iets voor te stellen en wat er is anders voor te stellen een van de belangrijkste wapens die we hebben tegen het donker. En dat geldt voor de schrijver en de lezer. Elk boek is half van de schrijver en half van de lezer. De lezer maakt het verhaal af met haar, zijn of hun interpretatie, die door je eigen levensverhaal, door het lezen van eerdere boeken, door waar je bent en wie je bent gevormd is. Dat maakt literatuur tot een kunstvorm die intiem is op afstand. En die speelsheid maakt het ook een plek waar we anderen op een nieuwe manier kunnen leren kennen. Kunst kan grenzen verbuigen en voor even laten oplossen. In onze platgeslagen mediasamenleving wordt alles constant herhaald, waardoor het stolt. Om de vloeibaarheid van wie we zijn en de relaties met anderen te eren hebben we nieuwe verhalen nodig over de wereld die ons omringt. 

Beter leren luisteren 

Om recht te kunnen doen aan anderen en aan het verhaal dat je schrijft moet je als schrijver verhalen zien – ik denk dat je daar niets aan kan doen, er zijn mensen die het hebben en mensen die het niet hebben, er zijn wel verschillende manieren waarop je het kunt hebben en waarop je kunt leren wat je ziet te vertalen naar een tekst. Verhalen herkennen betekent dat je goed moet kunnen kijken en luisteren naar wat je omringt. Het laatste punt dat ik hier met jullie wil bespreken gaat over luisteren.
Er ligt in onze samenleving heel veel nadruk op spreken en op luid spreken. Wie aan het woord komt en blijft heeft gewonnen. Dat gaat ten koste van de dialoog en van het begrip dat we hebben van de wereld. Ik heb de laatste tijd veel gelezen en geschreven over het taoïsme en een van de begrippen die me daarin aanspreken is wuwei. Wuwei kan letterlijk worden vertaald met niet-handelen, maar als filosofisch begrip gaat het eigenlijk over aandachtig antwoorden op je omgeving. Niet je eigen mening of wens doordrukken of projecteren op wat je omringt, maar begrijpen dat je altijd in wisselwerking leeft met alles wat anders is dan jij, in een levende wereld. Het is belangrijk op je te oefenen in het reageren. Soms doe je dat door wel te handelen, soms door niet te handelen.
Wuwei gaat dus over handelen in lijn met het leven en dat leven volgen, en om dat te kunnen doen moet je goed opletten, anders weet je niet wat je moet volgen. Met volgen bedoel ik niet om klakkeloos volgen of zomaar wat doen. Maar steeds opnieuw bepalen wat telt, aanvoelen wat er om je heen gebeurt, in je reactie daarop het juiste midden kiezen. Voor mij beschrijft wuwei, dat aandachtige antwoorden, eigenlijk hoe ik werk: een boek dient zich aan en ik heb het zo goed mogelijk te volgen. Ik ben geen schepper maar eerder een ontvanger van de tekst. Ik moet luisteren naar het boek, ik sta er in dienst van. Ik probeer ook zo om te gaan met de dieren en mensen in mijn leven door steeds mijn eigen handelen en niet-handelen af te stemmen op dat van anderen. Omdat alles voortdurend in beweging is, is dat een constant proces.
Soms moet je een punt maken of je stempel ergens op drukken, zeker als vrouw of non-binaire mens, anders wordt er over je heen gelopen, maar heel vaak is het veel interessanter om goed te kijken en luisteren naar wat je omringt. Op die manier kunnen we als mensen ook een andere verstandhouding opbouwen met dieren en de natuur. Dit is niet alleen van belang voor de schrijver, ook weer voor de lezer. Beter lezen gaat ook over beter luisteren, omdat lezen, zeker van romans en poëzie, om een diepe aandachtigheid vraagt, waarin je voorbij jezelf in de taal terechtkomt. 

Conclusie: taal telt 

Ik schreef deze woorden een week nadat Geert Wilders de Tweede Kamerverkiezingen heeft gewonnen in Nederland. Zoals jullie weten is Wilders een extreemrechtse politicus die tegen immigratie en de islam is, subsidies voor kunst wil afschaffen en vindt dat er geen geld naar het klimaat moet gaan. Zijn winst is slecht nieuws voor Nederland. Voor de kinderen en de toekomst, de dieren en de natuur, de kunst, en alle mensen die buiten zijn beeld van De Nederlander vallen.
Wilders heeft de afgelopen jaren laten zien dat taal ook kwaad kan doen. Denk aan het munten van een woord als kopvoddentaks – daarmee bedoelde hij belasting op het dragen van een hoofddoek, en met dat woord stigmatiseerde hij een hele groep mensen en maakte ze belachelijk. Of aan zijn ‘minder minder minder’ Marokkanen, waarmee hij een menigte retorisch opzweepte. Hij is niet geïnteresseerd in het voeren van een open gesprek of in luisteren, en al helemaal niet in poëtische taal of wuwei, maar zet de taal in als een wapen. Om gelijk te krijgen, om zijn zin te krijgen. Om de ander tot ander te fixeren, in plaats van te begrijpen dat we allemaal fluïde wezens zijn, in verandering, die het leven voor elkaar ook beter kunnen maken.
Als schrijver voel ik me geroepen daarop te reageren en de andere kant te blijven verdedigen. Door anders te schrijven over anderen, en door te blijven schrijven, ook al lijkt het er soms niet toe te doen. Niemand leeft voor zichzelf of voor de eigen groep, we staan altijd in verbinding met anderen. Ook met niet-mensen. In die verbindingen hebben we als mensen op dit moment een grote verantwoordelijkheid omdat we als soort zo dominant zijn.
We kunnen het anders doen. Voor onszelf en met elkaar. Dus laten we doorgaan met ons die andere wereld voor te stellen in het lezen en het schrijven, en wie weet. Wie weet.
Vandaag geef ik in elk geval het laatste woord aan de koolmezen. 

De eerste zon van het jaar valt door de opening tussen de gordijnen. Januari is zeven dagen geleden begonnen, was tot nu toe grijs en donker – een nieuw jaar zonder mogelijkheid het echt goed te zien. De zon brengt kleur mee en hoop. Ik loop naar de keuken, vul een bord met eten voor de voertafel. De vogels zijn al uren op; ze ritselen, vliegen, kletsen met elkaar. Timmy, de kleine merel, zit aan de andere kant van het raam op de vensterbank, zijn kopje schuin, verwachtingsvol – hij roept me, twee noten, dezelfde die hij gebruikt om zijn vrouwtje te roepen. Ik open het raam en leg een stukje appel voor hem neer. Kaalkopje zit op de leuning van het bankje naast de voertafel, met naast hem een nieuw vrouwtje. Ik leg de stukjes spek, kaas en roggebrood op de tafel, ga dan terug voor nog wat boter, nootjes, fruit. Kaalkopje komt kijken, het vrouwtje vliegt achter hem aan, zorgt ervoor dat ze uit mijn buurt blijft. Op haar voorhoofd zit een wit vlekje – Ster, ik herinner me ineens dat ze eerder in nestkast aan het pad nestelde. Haar partner is er niet bij, misschien is hij overleden. Ze heeft duidelijk interesse in Kaalkopje, die haar aanmoedigt noch afwijst. Hij was vorig jaar samen met Eenoog, die ik nu alweer een paar dagen niet gezien heb. Kaalkopje eet rustig, vliegt dan naar mijn schouder. We kijken samen naar Ster, die honger lijkt te hebben en overal een hapje van neemt. Alleen de kaas laat ze liggen. Na elk hapje kijkt ze even naar ons op. Ze is erg mooi, haar veren glanzen en de kleuren lijken dieper dan die van de veren van de andere vogels. Ze kijkt ook zo pienter uit haar oogjes. Eerst kijkt ze alleen naar Kaalkopje, daarna zoeken haar ogen de mijne. Hallo, zeg ik met mijn ogen. Fijn dat je er bent. Ze houdt mijn blik even vast, vliegt dan weg. Kaalkopje volgt haar en daar gaan ze, steeds hoger de lucht in, steeds hoger en sneller.