archief
evameijer.nl

 

 

16 juli

 

 

16 juli

Ogen

Het dal en de heuvel aan de overkant zijn in de mist verdwenen. Eerst waren de contouren nog blauwig zichtbaar, nu is het uitzicht achter de walnotenboom volkomen wit. Toen de contouren nog zichtbaar waren liep ik met de honden het vroege rondje langs het huis van de schoenmaker. De hemel was roze met lichter roze. We zagen twee herten bij het bosje en eentje in het aardappelveld. Allemaal bleven ze lang staan om naar ons te kijken. Was er iets speciaals aan ons te zien? Politiek filosoof Iris Young schrijft dat niet een gemeenschappelijk kenmerk ons tot lid van een bepaalde groep maakt, maar de ogen van de ander. In de ogen van de herten waren we mens-met-hond, of honden-met-mens, een geduchte combinatie; jagers zien er ook zo uit. Maar we waren ook op afstand en dat bleven we, de honden renden niet, blaften zelfs niet. (Er zijn Mongoolse nomaden die denken dat de mens uit een combinatie van hert en wolf geboren is. Daar kun je je qua karakter iets bij voorstellen, hoewel we beduidend minder fit zijn over het algemeen.) We liepen gewoon weg, lieten de stilte intact. De lucht was lila met wit.

 

 

15 juli

Wild words

Voor het blog Wild words werd ik geïnterviewd over het schrijfproces (spoiler: daar heb ik weinig over te zeggen, behalve dat je gewoon moet schrijven als je schrijft).

 

 

14 juli

Boekentips voor de zomer

Mooie boeken die ik de afgelopen weken las: De grote angst in de bergen van Ramuz, Human acts van Han Kang, Frankissstein van Winterson, Drive your plow over the bones of the dead van Tokarczuk, Moord op de moestuin van Mizee, Kaddisj voor een ongeboren kind van Kertesz, De boekhandel van Fitzgerald (Penelope that is), Klok zonder wijzers van McCullers, Waar kunnen we landen van Latour, Dubbelspel van Arion, Spinoza's Ethica, De blinde uil van Hedayat, Milkman van Burns.

 

 

13 juli

Grotte de Remouchamps

In de kringloopwinkel vond ik een boekje met kaarten over de grotten van Remouchamps waarin iemand die op me lijkt, of die ik zelf misschien ooit was, de hoofdrol speelt.

Hier bewonder ik het water in de grot.

Hier loop ik door een smalle doorgang.

Hier zit ik te peinzen in een bootje.

De gids is enthousiast; de man naast me, misschien mijn partner, heeft zijn hoed afgenomen.

Er komen steeds meer mannen de grot in. Ze lijken nog ergens op te wachten.

Alleen op de laatste foto kom ik zelf niet voor. Het lijkt alsof deze drie heren aan een tafeltje in het water zitten, maar het is een boot.

 

 

12 juli

Op een vroege ochtend

 

 

12 juli

Leren vertragen

We dalen hier af naar een rustiger tijd, waarin dagen elkaar evengoed (en uiteindelijk even snel) opvolgen, maar hun vorm blijkt uit het uitzicht, de bewegingen van de zon, het licht, wanneer de vogels actief zijn, wanneer de honden weer willen wandelen, de planten water moeten hebben, de weg door het dal stil valt - en weer gaat ruisen - en niet uit de tram die begint te rijden, de mensen die zich naar school en werk begeven, de aanhoudende stroom auto's, de aanzwellende stemmen. Vanochtend was er een kraaienvergadering, helemaal bovenin de bomen, voor ons niet te zien, wel te horen, ze kwamen van heinde en verre. Gisterochtend zag ik boerenzwaluwen boven het veld. De afgelopen jaren waren we hier in augustus, nu een maand eerder, en er blijken allerlei bloemen te bloeien, vlinders te leven; ook de vogels zijn actiever, en de poezen. De kleine verschuivingen (in het gras, de hemel, de gewoontes van de lijster) dragen betekenis, en er zijn wel mensen, maar ze drommen geen metrostations en straten in, en ze kijken niet steeds op hun telefoon maar gewoon naar buiten, het veld over, naar de volgende heuvel en de volgende. Het is hier overigens niet alleen lieflijk, maar ook hard en onherbergzaam, en arm. En er zijn veel beautysalons, maar waar moet je heen met die beauty? Het maisveld in, of naar de dorpskroeg.

 

 

12 juli

Op de terugweg

 

 

11 juli

Hert, schapen

Gisterochtend waren we al heel vroeg wakker. De honden en ik maakten de lange ochtendwandeling, over het bospad naar beneden, langs de beige koeien, tussen de graanvelden omhoog naar het kabouterpad en via de mais terug naar huis. Op de helft van het bospad stonden we oog in oog met een hert. We bleven staan tot het hert zich omdraaide en wegsprong, richting de koeien. Op dat moment werden de honden natuurlijk enthousiast - let's go. Bij de plek waar het hert omhoog gesprongen was, snuffelden ze uitgebreid. Ik zag het hert verder springen, richting het volgende veld, waar hij in het hoge gras verdween. Hij riep, ik weet niet of er iemand was of dat hij in het algemeen riep naar wie hem dan ook zou horen.

hier verdween het hert

We liepen omhoog, zagen een grote roofvogel die wegvloog voor ik haar of hem goed kon bekijken en een witte kat met zwarte vlekken, niet gediend van deze indringers op haar pad. Door de lucht liepen lichtroze strepen. Tegenover het veld van de ezels, achter de grote eik, stonden drie schapen, twee groters en een kleintje. Ze bekeken ons even goed, en renden toen weg, langs het hek van het hertenkamp. Misschien horen ze bij de boerderij daar, misschien zijn ze ergens ontsnapt en al lang onderweg. Ze waren in elk geval in een goede conditie. Ik kriebelde de ezels op hun voorhoofd en vertelde ze wat dingen, en toen liepen we langs het aardappelveld weer naar beneden, nu was het echt wel tijd voor koffie, en voor de honden voor ontbijt.

 

 

10 juli

Meersoortige huishoudens

Soms worden honden schijnzwanger als hun mens een baby heeft gekregen.

 

 

9 juli

Een pad

 

 

9 juli

Hup witte mensen

Vandaag staat er weer een column in Trouw.

 

 

9 juli

De buurman

 

 

8 juli

De vreemde

Vannacht hoorde ik een vreemd dier. We zijn sinds zaterdag in het dorpje E, in de provincie H, in het land B, waar de verhouding mens-natuur wat evenwichtiger is dan in de stad A, waar we normaal gesproken verblijven. Het is niet zoals in het land F, waar meer bomen zijn dan mensen, maar B is dichtbij. We komen vaker in E; hond D kwispelde tegen het huis als tegen een lang verloren vriend. Maar vannacht hoorde ik dus een vreemd dier - niet vreemd als in raar, maar als in onbekend. Ik ben hier zelf natuurlijk vreemd, dus eigenlijk hoorde ik mijn eigen vreemdheid in de roep van iemand die hier thuis is, maar ondertussen weet ik niet welk dier riep (een vos?) en bovendien ben ik snel weer naar bed gegaan, ik was erg moe, en wilde niet al te wakker worden. De honden sliepen door het geluid heen, op D na, die houdt de boel altijd in de gaten, zij weet vast met welk dier we te maken hadden, maar we hadden het er niet over, en allebei in onze eigen gedachten verzonken vielen we weer in slaap. Ik meen dat ik over tunnels droomde, en vanochtend hoorde ik een kat, die zie je hier meer dan vorig jaar, toen het zo warm was.

 

 

7 juli

Zelfportret als struik

 

 

6 juli

De koe

Heen: In het veld stond een koe. In het weiland stond een koe, naast een andere koe. Er lag een koe in het weiland. Ze lag op haar zij. De koe die naast haar stond viel me eerst op - wanneer staat een koe zo dicht naast een ander? Waarom ligt die ander op haar zij? We reden er voorbij, de gedachte kwam op als een lichtflits en verdween even snel weer.
Terug (een halfuur later): In het veld ligt een koe. 'Die koe is ziek.' (zeg ik tegen L.) De koe ligt op haar zij, strekt even al haar benen uit, ligt dan weer heel stil. 'Die koe is ziek.' (zeg ik tegen een groepje buren, die me naar de boerderij sturen.) 'De koe is ziek.' De boer (is het een boer of een jongen?) is aan het lassen en hoort me niet. Ik kan het terrein niet op vanwege de waakhond. 'La vache est malade. Votre vache.' Ik doe de bewegingen van de koe na, wijs naar het weiland. Hij kijkt het zwijgend aan, zegt dan dat hij wel even gaat kijken. We wachten voor het weiland, aan de andere kant van het hek, hij gaat kijken. We rijden weg, hier gaat zorg over in bezit (hopelijk met zorg).

 

 

5 juli

Schrijven, schrijven

 

 

4 juli

Geluk

Onderweg naar huis op mijn rode fiets kwam er een dikke politiemotor naast me rijden met een druk gebarende man erop. Ik remde af. 'Wat is er?' vroeg ik.
'Je negeert een stopteken,' brieste de man. Ik negeerde hem niet, hij reed achter me, dus ik kon het niet zien, maar goed, een kniesoor die daarop let.
'Laat je legitimatie zien.' Ik had geen legitimatie bij me, om een goede reden, die ik de agent mededeelde.
'Hoe heet je?' brulde hij. 'Eva Meijer.'
'Ja, en ik ben Donald Duck.' Toen had ik de tegenwoordigheid van geest om te vragen waarom ik eigenlijk mijn legitimatie moest laten zien. Ik was volgens hem twee keer door rood gereden. Ik had een rare bocht gemaakt, dat geef ik toe, maar echt door rood reed ik niet.
'Het kan je niks schelen, hè,' zei de man. Hij zei dat later nog een keer, nadat we een spraakverwarring hadden over mijn rijbewijs en ik hem een paar keer had gevraagd of hij op een normale manier tegen me kon praten. Gelukkig werd hij toen op zijn apparaatje gebeld en moest hij snel ergens heen. 'Deze keer heb je geluk!' zei hij. Ik was dat niet met hem eens, maar zei maar niks, ik was tenminste weer vrij om weg te fietsen.

 

 

3 juli

Bookaroo

Zoals jullie misschien weten hebben de boekhandels het moeilijk. Deels omdat er veel boeken verkocht worden via internet, en mensen dan uit gemak voor bol.com kiezen, terwijl je ook gewoon bij je eigen boekhandel zonder extra kosten online kunt bestellen. Er is nu een nieuw initatief, Bookaroo, dat samenwerkt met echte boekwinkels. Dus bestel je boeken liefst via je eigen boekhandel, maar anders voortaan daar.

 

 

2 juli

Een interview

Met de Culture and Animals Foundation, over dieren, filosofie, etcetera. Hier.

 

 

1 juli

Een gesprek

Een liedje in de herhaling - over een gesprek dat zich oneindig vertakt, alle kanten op en verder. Hier.

 

 

30 juni

Pissebeddenidylle

 

 

30 juni

Gangster

1. Ik reed over de weg die we vroeger altijd namen. Ze hadden het gras gemaaid, het rook lekker - die geur is overigens eigenlijk een alarmkreet van het gras. Achter me zat een Mercedes met één werkende koplamp, als een eenogige gangster. Hij wilde dat ik harder ging dan mocht. Ik zag op het fietspad twee meisjes zonder cap rijden, wij reden zo vaak zonder cap vroeger maar je ziet het nooit meer. (Je ziet van alles nooit meer.)
2. Met mijn vader sprak ik over welk antwoord je het beste kunt geven als iemand vraagt hoe het gaat. Zijn favoriet is 'gewoon', maar voor 'prima' is ook wat te zeggen. Prima betekent eigenlijk geen prima, dat weet iedereen, het is een woord waarop alle bijzondere betekenis afketst, het is alleen algemeen. Ondertussen luisterden de buurkinderen naar een ractisch lied over Chinezen, vloog er een vliegtuigje over, en kropen de pissebedden de droge aarde in de hoek van de tuin in.
3. Voor ik vertrok las ik Klok zonder wijzers, van Carson McCullers, een verontrustend boek, dat me de dag in volgde. Boeken doen dat vaker. Op McCullers' wikipediapagina staat dat ze agressief de vrouwen najoeg op wie ze verliefd was, ze 'pursued them sexually with great aggression.' Dat is een rare formulering, en bovendien vraag ik me af wat het toevoegt en wie dit geschreven heeft.
4. Thuis gingen de honden allebei meteen slapen. Op bezoek gaan maakt ze moe en zij hoeven voor niemand op te blijven.

 

 

29 juni

Die wereld aan de andere kant van het wateroppervlak

 

 

28 juni

Met je lieve rug

 

 

27 juni

Woef woef, of een prima wereldbeeld

Mijn nichtje U. (1) heeft een zwarte papa en een witte opa. Tegen alle zwarte mannen zegt ze nu papa, en tegen witte mannen met wit haar - inclusief een foto van Geert Wilders in de krant - opa. En alle dieren zeggen woef woef.

 

 

26 juni

Het begin van een verhaal

1. De honden waren naar jazz aan het luisteren toen ik thuiskwam.
2. Ik hoorde over een jongetje met twee vaders en twee moeders. Beide koppels gingen uit elkaar en allen vonden een nieuwe partner. Op zaterdag zijn zeven van de acht ouders actief bij de voetbalclub.
3. Er zijn 's nachts nog steeds lichtende wolken te zien.
4. De VN waarschuwt voor klimaatapartheid - de kloof tussen arm en rijk zal groter worden en rechten zullen alleen nog in de laatste groep gelden.
5. De deuren van de nieuwe bibliotheek op het pleintje gaan open als je ervoor staat. Olli weet dat nu, en laat ze steeds als we er langs komen opengaan. Het zal niet lang duren voor hij naar binnen stapt om daar de boel eens goed te gaan bekijken.

 

 

25 juni

Een nieuwe column in Trouw

Over yoga, tijd, en Joni Mitchell.

 

 

24 juni

De tijd een beetje uitrekken

Op station Ede-Wageningen stapte ik in de trein - ik had er eentje eerder gehaald dan gepland, omdat de trein vertraagd was, en ging tevreden zitten. Het was lekker koel in de coupé. Na een paar minuten was de trein nog niet vertrokken. We werden verzocht uit te stappen, en al gauw bleek dat er iets aan de hand was dat tot 18.45 zou duren. Het was op dat moment 15.20 uur. Er ging een trein naar Driebergen-Zeist, waar ik de bus nam naar Utrecht ('Mijd Utrecht Centraal', stond op de borden op Utrecht Centraal), waar ik de bus nam naar Breukelen, waar ik de Sprinter nam naar Amsterdam Amstel. Onderweg las ik Waar kunnen we landen? Politieke oriëntatie in het Nieuwe Klimaatregime van Latour uit, een klein en fijn boekje over hoe de problemen van deze tijd met elkaar verbonden zijn en hoe we ze kunnen overwinnen. Daarna begon ik in een dikke roman die lelijk vertaald was, maar beeldend geschreven, geen aanrader, maar toch afleiding. Het was warm, en de uitkomst van de reis was tot het moment dat de laatste Sprinter kwam ongewis - ik had in drie Sprinters gezeten die niet reden, en de tweede bus kwam ook maar niet. Tijdens vertraging ben je je er veel meer bewust van hoe en dat de tijd verstrijkt. Eigenlijk zou iedereen dat minstens elke maand een keer moeten meemaken - zoals de omgeving vroeger veel meer invloed op ons handelen had, we meer vertraagd werden door toeval. Thuis dronk ik drie glazen water en kwam ik weer langzaam terecht waar ik was.

 

 

23 juni

Doris' eerste demonstratie



Ik moet altijd een beetje huilen bij demonstraties.

Doris vond de die-in het prettigste onderdeel, lekker rustig. In de holte van mijn arm bewaakte ze het veld met activisten die hun ogen dicht hadden.

 

 

22 juni

Midzomernachtswolken

 

 

22 juni

Lente

Voor Trouw schreef ik een boekrecensie over Lente van Ali Smith, en over waarom we romans moeten lezen (en schrijven).

 

 

21 juni

De moralistische moraalfilosoof

Bij het televisieprogramma over het goede hoort ook een geschreven interview. Dat staat vandaag in Trouw, je kunt het hier lezen.

 

 

20 juni

Ook vandaag is weer een topdag voor Olli Meijer

 

 

19 juni

Het buitengebied

Omdat het onweerde had ik de radio aan - dan hoort Olli het gerommel minder. Hij wordt wat dover, en in relatie tot onweer is dat een groot goed. Ik kan alleen Radio Decibel (Hollandse smartlappen) en BNR ontvangen en viel met mijn neus in de boter. Er was een uur lang gratis reclame voor jagers op de radio, in de vorm van een interview met de PR-dame van de jagersvereniging. Er bleek sprake te zijn van een gebrek aan kennis bij de Nederlandse bevolking. 'De Nederlander heeft het beeld dat de jager dieren doodschiet,' zei ze. Die domme Nederlander toch! Jagen bleek te gaan om in het buitengebied zijn, en dan geen toeschouwer in de natuur zijn, maar zelf actief zijn in het veld. Daarnaast moest het eten toch ergens vandaan komen. Over ganzen zei ze dat we die duurzaam mogen benutten, mits we ze op een fatsoenlijke manier netjes bejagen. Je kunt hierbij een aangeschoten gans voor je zien, die twee duimen de lucht in steekt en bedankt voor het op een fatsoenlijke manier netjes bejagen. Duurzaam benutten is ook een term die voor de gans zelf niet echt van toepassing is. De interviewer was vreemd kritiekloos, en toen het over het aanschieten in plaats van doodschieten van dieren ging, bleek dat hij zelf ook jaagt. So much voor neutrale journalistiek. Aan het eind van het gesprek werd de jager nog met een brandweerman vergeleken. Gelukkig had Olli niets van het onweer meegekregen en was het zo toch nog ergens goed voor.

 

18 juni

Ouderkerkerplas, vijf over tien

Rietgors, azuurwaterjuffer, Schotse hooglander.

 

 

17 juni

Surfen

'Accepteer alles' - dit gaat allang niet meer over cookies.

 

 

16 juni

Gerrit Meijer versus Maria Lassnig

 

 

16 juni

Voor de dierendenkers en studenten onder u

Animal Ethics, een organisatie die onderzoek doet naar het welzijn van dieren in het wild, heeft een postdocstipendium en eentje voor masterstudenten. Meer hier.

 

 

15 juni

Vroeg 21e-eeuws telefoonritueel met fietsen

 

 

14 juni

Aai toch mijn zachte hondenlijf en kijk niet naar dat scherm

Olli steekt zijn hoofd tussen mijn arm en zij. De boodschap is duidelijk: er moet geaaid worden. Ik leg mijn telefoon weg. Ik lees een boekje van Latour, Waar kunnen we landen: Politieke oriëntatie in het Nieuwe Klimaatregime, waarin hij schrijft dat verschillende groepen mensen in verschillende werelden leven, onder andere op het gebied van kennis (wel of niet in klimaatverandering geloven leidt tot verschillende paradigma's). Olli leest dat boek niet en kijkt niet op mijn telefoon, maar hij en ik delen deze wereld, hier, nu, waarin ik in zijn nek kriebel en hij me herinnert aan dat zachte bestaan, dat levende.

 

 

13 juni

Voor jullie verlanglijst

Mijn debuutroman Het schuwste dier zal in januari 2020 opnieuw worden uitgegeven en wel door Uitgeverij Cossee. Inclusief een nieuw omslag (van Irwan Droog, met een tekening van mij).

 

 

12 juni

Dekentje

Vanochtend bij de dierenarts kwam een jong stel hun kat brengen voor een gebitsreiniging. Ze hadden een dekentje voor hem meegenomen, in een katoenen tas met een plastic tas erom tegen de regen en op de een of andere manier ontroerde het me ontzettend.

 

 

11 juni

En het is weer tijd voor Trouw

Met vandaag aandacht voor zandlaken.nl, de Frankfurter Schule, het Amerikaanse leger en PowerPoint.

 

 

10 juni

En dat ook lang nadat wij er waren het water over zal gaan in de lucht en andersom

 

 

9 juni

Waterland II





 

 

8 juni

Waterland I

Haas, grutto, kievit, kwikstaart.

 

 

7 juni

Stories

 

 

6 juni

Voor de vissen

Gisteren werd ik over DGVMT geïnterviewd bij AmFiBi, de filosofiestudentenvereniging van de UvA. Het was een bijzonder gesprek en de vragen achteraf waren allemaal goed. Wat een geïnteresseerde, kritische en slimme studenten. Na afloop kreeg ik van een van hen een pakje met kleefrijst met bonen, omdat het een feestdag was. Ik vroeg haar wat voor feestdag dan, en ze vertelde dat er op deze dag een dichter in de rivier verdronken was. De dorpsbewoners gooiden rijstballen in de rivier zodat de vissen die zouden eten, en het lichaam van de dichter met rust zouden laten. Om de dichter te herdenken eten ze nu elk jaar op deze dag de rijstballen.

 

 

5 juni

De dag van het met je handen op je rug lopen

Op twitter schreef ik dat je bijna nooit meer mensen (mannen) met hun handen op hun rug ziet lopen. Dat bleek nogal te leven onder de twitteraars, van wie er naar eigen zeggen vrij veel nog regelmatig met hun handen op hun rug lopen. Ook hun familieleden en partners doen eraan. Toch lijkt het me geen overbodige luxe om vandaag uit te roepen tot de Dag van het met je handen op je rug lopen. Dus mocht je nog gaan lopen vandaag, pak even achter je rug je ene hand met de andere beet, opdat een oude gewoonte niet verloren gaat.

 

 

4 juni

Animal politics

Gisteren en vandaag was ik aanwezig bij een conferentie op de UvA met de titel Animal politics, georganiseerd door Raf De Bont en Rivke Jaffe. (Je kunt hier de beschrijving lezen, het is heel goed dat steeds meer mensen uit verschillende vakgebieden over dieren denken en praten en dat er ook in Nederland meer aandacht voor komt. Het ging overigens meestal niet echt over politiek.) Wat vooral bleef hangen was de opmerking van diergeograaf Krithika Srinivasan dat we van boeren verwachten dat ze met wolven gaan samenleven terwijl wij niet eens in steden met muizen en ratten kunnen samenleven. Dat is zo, en het doden van muizen en ratten (met gif dat zorgt voor een langzame pijnlijke dood) krijgt veel te weinig aandacht. Maar daar zal ik nog wel eens een column over schrijven. Er is nog veel te doen.

 

 

3 juni

Een dood konijn

Tijdens de ochtendwandeling liep Doris los naast een berm met hoog gras - ze blijft daar normaal netjes op het pad. Maar aan het eind van het pad ging ze er ineens vandoor, naar een hoger gelegen stuk aan de andere kant van het fietspad waar konijnen wonen. Ze rende daar heel hard heen en weer (het is naast snelweg, weliswaar met een hoge schutting ertussen maar toch best eng) en haalde toen een dood konijn uit de bosjes, dat ze vervolgens het hoge gras in trok en op begon te eten. Het was alsof ze dat elke dag doet: ze trok het vel eraf en begon de ingewanden op te eten. Toen ze eenmaal at kon ik haar pakken. Ze had een heel tevreden uitdrukking op haar gezicht, een blik in haar ogen die ik niet van haar ken. Het was net als de keer dat ze een fazant ving (die ze gewoon weer losliet en die verder niks had), dat was ook alsof ze het altijd doet. Het gekke was misschien vooral dat het zo normaal was. Dat liet me iets zien over wie Doris ook is (en over hoe het leven ook in elkaar zit, naast al die normatieve theorie). Ze is natuurlijk mijn lieve kameraad, maar blijkbaar ook iemand die zo een dood konijn kan opeten.

 

 

2 juni

Goed

Vanavond is de eerste aflevering van Wat is dan goed? te zien, om 23.15 op NPO2. Wat is dan goed? is een interviewprogramma met journalist/columnist Stevo Akkerman. Ik werd ook geïnterviewd (in het clubhuis van de surfvereniging bij de Gaasperplas, zie foto), en zal volgende week en de week erna (9 en 16 juni) te zien zijn, in de afleveringen over het geweten en schaamte. Ik ben zelf in elk geval benieuwd.

 

 

1 juni

Iemand heeft het paard achter de wagen gespannen en andere verhalen









 

 

31 mei

Save the date

Dierenactivisten, mensen van de PvdD, GL, andere partijen, animal studies/sciences studenten, diergeïnteresseerden algemeen: opgelet! Op 15 november organiseer ik een middag op de Universiteit van Amsterdam over dierenactivisme en wetenschap. Met:
- flitslezingen van oa Bernice Bovenkerk (dierethiek), Janneke Vink (dier-en-rechten, onder voorbehoud) en Marc Davidson (klimaat/milieuethiek)
- workshops door Maarten Reesink, Clemens Driessen, Wiske Heemskerk, Joost Leuven, en anderen, over het schrijven van opiniestukken, literatuuronderzoek doen, het geven van een goede lezing, het gebruik van humor in activisme, verbeelding, dieren en media
- en rondetafelgesprekken over effectief activisme, een diverse beweging, en het bevorderen van de verbindingen tussen wetenschap en activisme. Er zal ook veel gelegenheid zijn om anderen te ontmoeten en plannen te smeden. Iedereen is van harte welkom, er volgt nog een officieel bericht met informatie over aanmelden en dergelijke (toegang zal gratis zijn), maar zet het vast in je agenda en deel het met andere geïnteresseerden. Dit wordt echt - hopelijk mede door jullie komst - een evenement om niet te missen.

 

 

30 mei

Twee huizen

Er zijn twee huizen. Het ene huis bestaat uit zes kamers, het andere huis uit een kamer. Ik sta op de drempel van het huis met een kamer en ik vertel iemand buiten beeld over het huis met zes kamers. In de kamer achter me staan langs de wanden smalle meubels die eeuwen oud lijken. Er groeien heel hoge bomen (het lijken berken), de muren zijn ook hoog. Het plafond is tegelijk de hemel en een plafond. Buiten de muren is niets: het huis is tegelijk een kamer en de hele wereld. Dit geldt ook voor het huis met zes kamers. Dat is weliswaar groter, maar ook tegelijkertijd afgebakend en de hele wereld. Er zijn dus in totaal twee werelden. De kamers in het huis met de zes kamers bevinden zich op hetzelfde moment op dezelfde plek hoewel het zes verschillende kamers zijn. In het huis met een kamer is nog een kamer, kleiner, een soort caravan, waarin een man zit die me bekijkt. Hoewel ik het eng vind maakt het me niet bang, ik weet dat het erbij hoort en dat de man noch de kleine kamer tot de wereld behoren.

 

 

29 mei

Zien en niet zien (de Barcelona-editie)

 

 

28 mei

Nieuwe Trouwcolumn

Over wat je ziet als je uit het raam van een trein kijkt, Sontag, en wie de wij zijn.

 

 

27 mei

Verhaal

Tijdens de conferentie vorige week was er een lezing over een boek (Anarchist Farm van Jane Doe) waarin een club boerderijdieren na de dood van de boerin zelf de boel gaat runnen. Het deed me denken aan een stuk dat ik ooit voor een optreden schreef en dat ik nooit ergens geplaatst heb, dus hier, bij deze.

NA DE VERANDERING

Na de verandering namen Johan en ik onze intrek in een flatgebouw aan de rand van de stad. Anne heeft ons voor ze vertrok laten zien hoe de lift werkte. Johan is er goed in, ik krijg het niet onder de knie, maar dat geeft niet, we gaan toch altijd samen naar buiten. Het is voor mij te gevaarlijk om alleen te gaan.
Anne vertrok al gauw. Ik begreep niet waarom. Ze heeft het ons een paar keer uitgelegd. Johan zegt dat het nu eenmaal zo is en daar heeft hij gelijk in. Misschien komt ze weer terug. Ik hoop het. Iedereen kent haar en we doen haar niks, we passen juist op haar, omdat ze ons vanaf het begin geholpen heeft. Er zijn er meer die ons geholpen hebben maar de meesten veranderden pas toen het duidelijk was dat wij de overhand hadden. Anne was er al voor ik erbij kwam, met haar glimmende kale lichaam en haar warme handen. Berend en zij hebben alles in gang gezet.
We zijn met veel. Stella en Annabel wonen ook in de flat, beneden, zij hebben geen last van de kou. Ik word snel ziek en daarom heeft Johan besloten dat we hier zouden gaan wonen. Door het raam zien we de hele stad. Ons gebouw heeft nog ruiten. Johan vertelde dat glas langzaam beweegt, zo langzaam dat wij het niet kunnen zien.
Er is veel kapot gegaan. We weten niet hoe we dingen moeten repareren. Het groen dat jaren is tegengehouden, groeit nu overal, ook over onze flat – het gaat snel, maar ik kan niet goed inschatten hoe lang dingen duren. Johan zegt dat dat niet geeft omdat het nu beter is.
Lea komt uit het bos en ze vertelde dat de stad steeds meer op het bos gaat lijken. Er zijn bomen en steeds meer struiken en planten en alleen de brede wegen zijn nog open. Het gras staat hoog. Soms kan ik niet zien waar de steen begint en het gras ophoudt. Ik weet niet hoe de stad er eerst uitzag. Zola heeft een boek met foto’s. Ze komt een keer naar ons toe als ze minder moe is. Zola is altijd moe, ze slaapt bijna de hele dag. We hebben allemaal iets. Mijn staart en oren zijn afgeknipt waardoor ik vaak oorpijn heb en mijn evenwicht niet goed kan bewaren. Johans tanden zijn eruit getrokken waardoor hij niet goed kan kauwen. Hij heeft ook vaak hoofdpijn. Stella en Annabel kunnen niet ver lopen. Er is iets met hun benen en met hun snavel. Ik weet niet precies wat en ze willen er niet over praten. Ze zijn altijd samen geweest, net als Johan en ik.
Soms gaan we voor we gaan slapen naar beneden om naar de stemmen te luisteren. Als het schemert is het altijd druk rond de flat, met dieren die naar huis gaan om te slapen of die net wakker zijn en op zoek gaan naar eten. Het is mooi, alle stemmen door elkaar. Het stelt me gerust dat we met zoveel zijn. Maar ik mis Anne. En Berend en David. Veel van ons hebben het niet gered. Ik probeer daar niet aan te denken maar ’s nachts droom ik erover. Johan en ik slapen tegen elkaar aan in een hoek op de doeken en de dekens en hij wordt wakker als ik schreeuw. Dan zegt hij dat het nu goed is. We weten allebei niet of dat zo is. We weten helemaal niet wat er verder gaat gebeuren.

 

 

26 mei

En de bloemen in de stenen



 

 

25 mei

Stadsduivenperspectief

Donderdagavond dwaalde ik even langs kathedralen, oude stadswallen en andere oude stenen objecten die op straatniveau door toeristen bekeken en bezocht werden en daarboven door duiven gebruikt en bewoond werden. Ze zaten op en naast beelden, keken toe, zagen dingen die wij beneden misten.

Ook zaten er soms stenen dieren tegen de muur gehurkt.

 

 

24 mei

Palmen



 

 

23 mei

De weigering

Mijn praatje ging over resistance en refusal. Verzet van dieren wordt in de politieke dierfilosofie vaak aan de hand van een menselijke mal geduid, bijvoorbeeld in liberaal democratische termen. Dat kan helpen te begrijpen wat er aan de hand is, maar omdat die liberaal democratische begrippen gevormd zijn met uitsluiting van dieren, kan het ook misleiden. Ik onderszoek of en hoe het begrip refusal - weigeren, ontkennen, niet meedoen, negeren - zoals dat door indigenous denker Leann Simpson ontwikkeld is in de context van verzet van indigenous mensen, misschien beter geschikt is. Niet alleen om daden van dieren politiek te duiden, maar ook om te begrijpen waar de menselijke wijsheid ophoudt, om het punt te bepalen van waar zij het over zouden moeten nemen.

 

 

23 mei

Praten

Ik ben momenteel in Barcelona voor de tweejaarlijkse conferentie van de European Association for Critical Animal Studies. Conferenties zijn een kwestie van veel praten. Tijdens je eigen praatje, tijdens de vraagsessies na afloop, maar vooral tijdens lunch/diner/koffiepauzes/enzovoort. Toen ik nieuw was in het dierenfilosofieveld praatte ik met iedereen die er aardig uitzag en met mensen die ik eerder had horen spreken - dan heb je direct iets om over te praten. Nu heb ik vrienden gemaakt met wie ik praat, en zijn conferenties weliswaar nog steeds werk, maar ook een beetje thuis. Ik heb dat met de muziek ook gehad, op een gegeven moment waren er in Engeland, New York en Texas plekken waar ik net zo goed vrienden had als in Nederland, waar ik net zo goed een netwerk had. Maar conferenties zijn speciaal, omdat je op een bepaalde plek ter wereld (Manchester, Mexico Stad, Kingston, Leusden, om maar een paar plekken uit de afgelopen jaren te noemen) ongeveer dezelfde club mensen tegenkomt en de discussie hervat die je eerder met ze had. Op deze conferentie zijn een paar goede vrienden, en wat potentiële vrienden, en op de een of andere manier voelt het meer als een sociaal evenement dan anders. Maar dat is ook wel goed - we werken allemaal op onze eilanden en hebben soms bruggen nodig, dus die maken we nu, en ze komen later van pas.

 

 

22 mei

De honden van Barcelona













 

 

21 mei

In de trein van Amsterdam naar Barcelona / Misschien lijkt het alsof je ergens meer van kunt begrijpen door er goed naar te kijken

Het vlakke land werd langzaam heuvelachtig, na Parijs kwamen de bergen. Velden werden niet langer door lijnen gescheiden maar door heggen, schapen en koeien waren talrijker dan mensen. Van groen en plat werd het groen en weelderig, het groen werd weelderig, en daarna taai - rotsachtig, met struiken vol gele bloemen, wilde rivieren, scheve huizen tegen hellingen. Het werd nog weelderiger, de huizen zandkleurig, jaren zestig chique, een caravankerkhof, een paardenstal met platgegrazen land. We naderden de kust, reden over een landtong tussen de Middellandse Zee (die had ik al heel lang niet gezien) en een binnenzee. Al voor Montpellier stonden er palmen in steden, maar daarna werden alle bomen stugger, kleiner ook. In de verte zijn de bergen blauw, naast de trein ligt een lang veld met klaprozen. Dan is er weer water, drie keer blauw: water, bergen, lucht. Het is bijna overal mensloos (nu zijn er dan weer moerassen). Een middeleeuws kasteel, een verlaten speeltuin, alles in het zeelicht. Een grote blauwe berg in de verte draagt een wolk, namen worden al in het Frans en Spaans aangekondigd. En dan rijden we door het binnenste van een berg, het donkerste donker Spanje in - doorgesneden rotsen, kromme bomen, vervallen huizen, rode aarde.

 

 

20 mei

Oldenburg Hauptbahnhof

 

 

20 mei

Mist

Archeologen denken dat het ergste jaar voor de mensheid tot nu toe 536 was. Er was nog geen pest en het viel mee met de oorlogen en genocides, maar er kwam in het begin van dat jaar een dikke mist op die het zonlicht tegenhield. De aarde koelde af – het sneeuwde die zomer in China – en omdat alle oogsten mislukten was er grote honger. De mist bleef het hele jaar hangen en zorgde voor een kleine ijstijd. De oorzaak waren waarschijnlijk vulkaanuitbarstingen in Groenland en Antarctica. Onderzoekers hebben oud ijs uit de Colle Gnifetti gletsjer op de grens van Italië en Zwitserland gehaald, daarin vonden ze sporen van vulkanische as. In 541 kwam de pest erbij, de crisis hield zo'n zestig jaar aan.

 

 

19 mei

Uitzicht



 

 

18 mei

Uitnodiging

Teken of beschrijf een boom in detail.

 

 

17 mei

Uitzicht vanuit het raam van Hôtel Aiglon

 

 

17 mei

Leuk

Op de stoel achter me in the Thalys vergelijkt een man Parijs met Gouda, vanwege de terrassen, en omdat hij Gouda ook zo ontzettend leuk vindt.

 

 

16 mei

Toch ontroerend

Het hotel keek uit op de Cimetière du Montparnasse, en Beauvoir en Sartre bleken tegenover mijn raam te liggen. Ik ben erheen gelopen en was echt geroerd, omdat hun ideeën ineens een concrete stoffelijke basis kregen, en gewoon omdat dat dan is wat er overblijft, een steen met kussen en metrokaartjes, omdat we als mensen allemaal zo eindigen.

 

 

16 mei

Het echte en de droom

Ik zit in de Thalys en vraag me af wanneer de wereld echter is - als ik reis of als ik thuis ben. Je zou misschien denken dat de wereld altijd even echt is, maar de ervaring zegt iets anders. Ik ben geneigd het leven thuis als echt te beschouwen en het reizen als droom, maar misschien is het precies andersom: is het nieuwe, het andere (het vreemde), de beweging, meer waar dan wat bekend is. Of ik zelf bekend of vreemd ben weet ik niet. Ik denk dat ik in het buitenland bekender voor mezelf ben dan thuis, maar het verschilt in beide situaties van moment tot moment. Dat de honden er niet bij zijn speelt natuurlijk ook een rol. Buiten het raam komen ondertussen bossen voorbij, heuvels, groene en gele velden; in de blauwe lucht drijven witte wolken. De verte strekt zich behoorlijk uit (en zou dat blijven doen als ik op het verste punt stond dat ik nu kan zien, steeds verder en verder).

 

 

15 mei

Oldenburg

 

 

14 mei

En vandaag in Trouw

Een oproep tot harig protest.

 

 

14 mei

Groetjes uit Oldenburg, waar ik een klein bed heb maar een enorme kledingkast

 

 

13 mei

Op een gegeven moment

1. Er is op een gegeven moment geen lol meer aan om door het landschap te rijden. Lammetjes zijn geen lentebrengers meer, maar wezens die gedoemd zijn geslacht te worden. Koeien in de wei missen de kalveren die ze moeten krijgen om melk te kunnen geven, en die kalveren staan ondertussen in een twintig uur durend transport naar een land waar nog minder regels omtrent het slachten zijn dan hier. Geel uitgeslagen weilanden staan symbool voor het uitsterven van insecten en daaropvolgend vogels. Er is geen woord voor de leegte en kaalheid die al die omgehakte bomen achterlaten. Dan zijn er de jachthutten, die vanuit de trein goed te zien zijn, en de veewagens.
Wacht even, ik begin opnieuw.
1a. Ik zit in de trein naar Oldenburg. Een trein is een rijdend kantoor, laat tussen het schrijven door steeds de wereld zien, die altijd groter en kleiner dan dat schrijven is. Anders. Buiten is het mei, groen dus en weelderig. Iemand zei me dat er heuvels aankomen, maar die heb ik nog niet gezien. In deze trein gaan mensen steeds op een andere plek zitten. Misschien is dat iets Duits, ik heb het nog niet eerder gezien. Morgen ga ik met Duitse studenten Nederlands in gesprek die Het vogelhuis hebben gelezen. Ze zijn er al sinds april mee bezig. 's Avonds is er een openbaar interview in het Literaturbüro Oldenburg.
2. Er zijn dingen waar ik langzaamaan toch beter in word, zoals reizen.
3. Ik zag net een jonge ree. Zo in het hoge gras te liggen, half verscholen.
4. Naast me zit een meisje met een groot rond gat in haar spijkerbroek, precies de vorm van de grote ronde tatoeage op haar dij. Ze zal het er zelf uitgeknipt hebben. De tatoeage is een soort ster of mandala, doet denken aan de vormen die we met kerst uit gevouwen witte en rode vellen papier knipten, symmetrisch en scheef tegelijk, want geknipt door een kind. Onderzetters waren het geloof ik, of gewoon kunstwerkjes.
5. In gedachten loop ik met de honden over de paden langs het spoor, zoals ik dat vroeger met een paard deed. Niets is ooit van jou, maar er is zoveel te zien en te belopen.

 

 

12 mei

En niemand weet of de wolken de boomtoppen volgen of andersom

 

 

11 mei

Manieren om invloed uit te oefenen

1. Ik liep een rondje door de buurt met Doris. 'En dan komen ze stiekem heel dicht achter je lopen,' zei een oudere vrouw tegen haar vriendin. Ze keek boos achterom. De vriendin stapte de straat op. Ik denk dat ze bang voor honden waren; we liepen niet erg dicht achter ze.
2. Soms spannen de honden tegen me samen. Bijvoorbeeld rond etenstijd, of als ze op pad willen en ik eigenlijk nog niet. Dan gaan ze heen en weer lopen, duwen ze hun neus tegen mijn typhanden, spelen ze met elkaar of blaffen ze.
3. Laatst vond ik een duivenjong-op-een-gevaarlijke-plek (de steeg, waar 's nachts katten komen). De ouders waren elders, dus de dierenambulance moest komen. De duif was snel onder de schutting door de tuin van de buurvrouw ingevlucht (twee keer), dus ik moest ook haar tuin in (over de schutting).
4. Mijn nichtje vierde haar eerste verjaardag. Ze had goed door dat de pakjes voor haar waren, en als iemand er eentje op de cadeautafel legde, begon ze te tetteren, dat mocht niet van haar. Het uitpakken ging per pakje beter.
5. 'Soms gaan dingen ook gewoon zo,' zei ik op een verjaardag in verschillende gesprekken tegen verschillende mensen. Misschien zei ik het tegen mezelf, maar waarom zou ik niet weten.
6. Uit mijn tuinmuur groeien bomen, ze worden elk jaar meer boom. Hun wortels zullen de muur uiteindelijk splijten, maar tot die tijd voel ik me beschermd.

 

 

10 mei

Gewoon

'Niets is gewoon,' zei C. Voor haar stond een zilveren kommetje met twee oranje bolletjes die in zoet spul dreven ('net mandarijntjes'). Ik had iets gezegd over schrijvers die gewoon een verhaal vertellen (dan weet je eigenlijk na twee pagina's al dat je niet meer verder hoeft te lezen), om aan te geven dat zij dat niet doet. Ze had een hap van het toetje genomen, even nagedacht, en toen vertrouwde ze me toe dat niets gewoon is. En zo is het natuurlijk.

 

 

9 mei

Vergadering

 

 

8 mei

Aan ieder naar zijn behoefte

Op internet ging een filmpje rond van ene meneer Dekker, die een minuut gratis mocht winkelen bij de Jumbo in Stadskanaal. Hij gooit zijn kar niet vol maar kiest heel precies boodschappen uit (o.a. fristi en een biertje), uiteindelijk heeft hij voor minder dan 25 euro boodschappen in zijn wagen (tegen rond de 300 euro van de meeste anderen). Het is een grappig filmpje, maar ook een mooie metafoor: waarom je kar volgooien als het niet hoeft? Kijk het hier.

 

 

7 mei

Hetzelfde

Prima, hetzelfde, het gaat, en jij? Prima, het gaat, hetzelfde. En jij? En jij? Het gaat, prima, het gaat. Prima, het gaat, en jij? Hetzelfde, hetzelfde, hetzelfde.

 

 

6 mei

Lentelied

Jij trompetboom, jij gele pavia, jij slipbladige paardenkastanje, jij gerimpelde sneeuwbal, jij zachte eik!

 

 

5 mei

Personen/persoonlijkheid

'Dieren zijn geen personen,' zegt de bijzonder hoogleraar dierpersoonlijkheid bij Vroege vogels. Dat laat zien met welk ideologisch uitgangspunt hij zijn onderzoek begint. Hij vertelde ook dat hij koolmezen in gevangenschap bestudeert. Kom er maar in, Len Howard, van waar jij dan ook rondfladdert.

 

 

4 mei

Honden beelden het landschap uit

 

 

3 mei

Vegan saucijzenbroodjes: simpel en lekker

Men neme een pak Naturli gehakt (verkrijgbaar bij AH) (dat plakt lekker), en mixe het met een fijn gesnipperde ui, twee geperste tenen knoflook, wat gehaktkruiden, peterselie, beetje peper, paprikapoeder in een kom. Wikkel het gehakt dan in bladerdeeg (vegan versies zijn verkrijgbaar bij je supermarkt) en bestrijk het met plantaardige melk. Ze moeten ongeveer 25 minuten in een voorverwarmde oven (180 graden), of tot ze goudbruin zijn.

 

 

 

2 mei

De jonge zonnebloemen dragen hoedjes

 

 

1 mei

Human supremacism: why are animal rights activists still the “orphans of the left”?

Will Kymlicka schreef een stuk over dehumanisatie en dieren, en effectief actievoeren voor een betere toekomst (of om überhaupt een toekomst te hebben). Lees het hier.

 

 

30 april

Brussel, gisteren

Luister hier mijn interview met Chantal Pattyn in het programma Pompidou (Radio Klara) van gisteren terug.